Zieke werknemer weggedigitaliseerd
In dit artikel:
Een secretaresse met administratieve taken kon tijdens haar re-integratie nauwelijks werk vinden; haar werkgever stelde dat door digitalisering veel van het werk simpelweg verdwenen was (onder meer omdat de telefoon vrijwel niet meer rinkelde). De werkgever wilde daarom vooral inzetten op een tweede spoortraject om haar bij een andere werkgever te laten reïntegreren. De kernvraag was of digitalisering het einde betekent van de verplichting om binnen de eigen organisatie re-integratiemogelijkheden te zoeken.
De uitspraak benadrukt dat technologische veranderingen dat niet automatisch rechtvaardigen: een werkgever moet aantonen dat reële, passende binnenbedrijfsmogelijkheden ontbreken en voldoende inspanningen heeft geleverd om aangepast werk te creëren of alternatieven aan te bieden. Het starten van een tweede spoor is alleen passend wanneer interne re-integratie- of aanpassingsmogelijkheden uitgeput zijn en er geen redelijke mogelijkheid is op terugkeer in eigen dienst.
Praktische consequenties voor werkgevers: documenteer alle re-integratie-inspanningen, onderzoek reële taakaanpassingen of omscholing, betrek bedrijfsarts en werknemer en weeg digitalisering niet als kant-en-klare vrijbrief om eerste-spoorverplichtingen te laten vallen. Voor werknemers betekent dit dat het ontbreken van de oude werkzaamheden door techniek niet per definitie hun interne terugkeer onmogelijk maakt; elke situatie vraagt een zorgvuldige, feitelijke beoordeling van mogelijkheden binnen en buiten de organisatie.