Wrakingsverzoek OM in mondkapjeszaak afgewezen
In dit artikel:
De wrakingskamer van de rechtbank Rotterdam heeft het verzoek van het Openbaar Ministerie afgewezen om de raadkamer- en strafkamerrechters in de mondkapjeszaak (de zaak “Full Sutton” rond maskerdeals met onder meer VWS) te wraken. Het OM had betoogd dat opmerkingen van de voorzitter tijdens een raadkamerzitting op 3 december 2025 wezen op vooringenomenheid en op een vooropgezet idee dat het OM mogelijk niet‑ontvankelijk zou worden verklaard.
De wrakingskamer bestudeerde de dossiers, het schriftelijke verweer van de rechters en hoorde partijen op 12 januari 2026. Centraal stonden uitspraken van de voorzitter, zoals dat de computer van een verdachte “veel” geheimhouderstukken (GH) zou bevatten en de vraag of FIOD‑onderzoekers “onhandig of bewust” hadden gehandeld. Volgens het OM zaaiden dergelijke formuleringen twijfel over de betrouwbaarheid van ambtsedige processen‑verbaal en wezen ze op een reeds gevormd oordeel van de rechters.
De wrakingskamer oordeelt dat de voorzitter in zijn regierol ruime vrijheid heeft om kritische vragen te stellen, voorlopige denkrichtingen te verkennen en stellingen te lanceren om reacties uit te lokken. Zulke uitingen mogen weliswaar ongelukkig of onhandig zijn, maar vormen op zichzelf geen zodanige aanwijzing voor partijdigheid of de schijn daarvan dat wraking gerechtvaardigd is. In het proces‑verbaal blijkt bovendien dat de voorzitter herhaaldelijk heeft gezegd niet vooruit te willen lopen en geen definitief oordeel te hebben. Ook opmerkingen waarmee een rechter aangeeft dat hij “er wel uit was” of verwijzingen naar woordkeuzen van procesdeelnemers acht de wrakingskamer niet ontoelaatbaar, zolang de daadwerkelijke beslissing in beslotenheid wordt genomen.
Klachten over de vermeende verwevenheid tussen raadkamer en strafkamer en over de samenstelling van de raadkamer werden eveneens ongegrond verklaard, mede omdat de wet voorschrijft dat beide kamers zoveel mogelijk dezelfde samenstelling hebben. Een nieuw genoemd argument — een WhatsApp‑contact van de voorzitter met een advocaat de avond vóór de zitting — werd buiten beschouwing gelaten omdat het niet tijdig in het wrakingsverzoek is aangevoerd (artikel 513 Sv).
Omdat geen van de aangevoerde omstandigheden een zwaarwegende aanwijzing opleverde voor (de schijn van) partijdigheid, wees de wrakingskamer het verzoek van het OM af. De betrokken rechters blijven de raadkamer- en strafzittingen in de mondkapjesaffaire behandelen.