WODC: verdachten met sterkere positie krijgen lichtere straffen
In dit artikel:
Het WODC vond in een omvangrijk onderzoek dat sociaaleconomische kenmerken van verdachten samenhangen met de uitkomst van strafzaken in Nederland. De onderzoekers analyseerden ruim 2,5 miljoen zaken van volwassen verdachten en vergeleken uitkomsten naar arbeidsmarktstatus, opleidingsniveau, huishoudinkomen en woningbezit, terwijl zij corrigeerden voor delictsoort, eerdere veroordelingen, leeftijd en geslacht.
Belangrijkste uitkomsten: wie werkt, een opleiding volgt, een hoger inkomen heeft of een koopwoning bezit, krijgt gemiddeld gunstigere afdoeningen. Deze verdachten worden relatief vaker door het Openbaar Ministerie afgehandeld in plaats van door een rechter; dat heeft gevolgen omdat alleen rechters gevangenisstraf kunnen opleggen en gerechtelijke uitspraken openbaar zijn. Mensen met een betere sociaaleconomische positie krijgen minder vaak onvoorwaardelijke celstraffen en vaker geldboetes—weliswaar gemiddeld lagere boetes.
Van de vier onderzochte kenmerken is arbeidsmarktstatus het meest bepalend: werkende of studerende verdachten worden vaker ontzien dan personen zonder werk, studie of uitkering. Het model van het WODC laat zien dat iemand in de minst gunstige positie gemiddeld zo’n 18 extra dagen onvoorwaardelijke gevangenisstraf, 36 uur extra taakstraf of circa €900 meer boete zou kunnen krijgen dan iemand in de meest gunstige positie.
De onderzoekers benadrukken dat verschillen niet per se onrechtmatig hoeven te zijn, omdat rechters en officieren ruimte hebben voor maatwerk. Tegelijk waarschuwen ze dat structurele patronen van ongelijke uitkomsten het vertrouwen in de rechtsstaat kunnen ondermijnen en het beeld van criminaliteit richting kwetsbare groepen kunnen versterken. Het WODC pleit daarom voor verdere reflectie in de keten en overweegt een periodieke monitor om ongelijkheden beter zichtbaar te maken.
De Oranjezomer: Henk ten Cate geeft mening over invalbeurt Memphis Depay: 'Niet iedereen kan goed invallen'