Wetgever moet in actie komen bij donorconceptie

donderdag, 28 mei 2026 (13:44) - Nederlands Juristenblad

In dit artikel:

Recente onthullingen over misstanden bij donorconceptie in Nederlandse vruchtbaarheidsklinieken — zoals artsen die eigen sperma gebruikten, massadonoren, te oude donoren en het hergebruiken van ivf-zaad zonder toestemming — laten zien dat de bescherming van donorkinderen fundamenteel tekortschiet. Historicus Adriejan van Veen riep op tot een grootschalig onderzoek naar deze praktijken; dat is volgens de auteur noodzakelijk, maar zal alleen symptoombestrijding zijn zolang de wetgeving zelf niet verandert.

De huidige Wet donorgegevens kunstmatige bevruchting (Wdkb) is vooral procedureel van aard: ze regelt registratie, beheer en verstrekking van donorgegevens, maar verankert niet expliciet een recht van donorkinderen op afstammingsinformatie. Daardoor moeten hun belangen uit de wetsgeschiedenis worden afgeleid in plaats van als duidelijk wettelijk recht te bestaan. Deze procedurele benadering is kenmerkend voor Nederlandse wetgeving op bio‑ethische thema’s: vergelijkbaar met hoe abortus en euthanasie via procedures zijn geregeld in plaats van als zelfstandige zorgrechten te worden erkend. Ook is veel regulering aan beroepsgroepen overgelaten; dat heeft in het verleden geleid tot systematische uitsluiting van lesbische stellen en alleenstaande vrouwen van vruchtbaarheidsbehandelingen, ondanks kritiek van ministers.

Het probleem krijgt volgens het artikel extra urgentie doordat de Wdkb niet toegerust lijkt om recente en complexe misstanden aan te pakken: regels over buitenlandse donoren, massadonatie of frauduleuze concepties passen niet goed binnen een wet die primair administratieve procedures beschrijft. Bovendien bieden de beperkte persoonsgegevens waar donorkinderen recht op hebben vaak onvoldoende aanknopingspunten voor identiteitsvorming — vooral wanneer donors uit het buitenland komen of veel ouder waren bij donatie.

Internationale voorbeelden tonen alternatieven: de Duitse wet op donorenregisternen noemt expliciet het doel om het recht van donorkinderen op kennis van hun afstamming te waarborgen, en in sommige Amerikaanse staten is fertiliteitsfraude straf‑/aansprakelijkheidsgrondslag. Ook de commissie‑Kremer (Rijnstate-rapport) stelde dat donorconceptie te lang als puur medische handeling werd gezien, terwijl het wezenlijk om relationele en existentiële aspecten gaat.

De auteur pleit voor een hernieuwd, inhoudelijk debat in de Tweede Kamer waarbij niet procedures, maar de rechten van donorkinderen centraal staan. Concreet moeten het recht op afstammingsgegevens expliciet worden vastgelegd, moet de kwaliteit en bruikbaarheid van de verstrekte informatie worden verbeterd, en moeten kwesties als massadonatie, het grote aantal half‑broers en -zussen en fertiliteitsfraude als schendingen van persoonlijkheidsrechten erkend en gereguleerd worden. Kortom: het is volgens de auteur tijd dat de wetgever niet langer werkzaamheden en handelingen reguleert vanuit een louter procedureel kader, maar wettelijke waarborgen invoert die de belangen en identiteit van donorkinderen daadwerkelijk beschermen.