Wet staat inzet criminele burgerinfiltrant toe

dinsdag, 10 februari 2026 (15:30) - Nederlands Juristenblad

In dit artikel:

De Hoge Raad heeft op 10 februari 2026 in zes cassatiezaken uit het onderzoek Vidar geoordeeld dat de inzet van een criminele burgerinfiltrant onder de huidige wetgeving mogelijk is, maar slechts onder strikte voorwaarden. Het geschil spitste zich toe op de vraag of er voor zo’n inzet een toereikende wettelijke grondslag bestaat en in hoeverre eerdere Kamer-moties (Kalsbeek 1998: pleit voor verbod; Recourt 2014: staat beperkte inzet toe) daaraan iets wijzigden. De advocaat-generaal (Sinnige) adviseerde in juli 2025 grotendeels tot verwerping van de cassatieberoepen; de Hoge Raad volgde die lijn.

Juridisch oordeelt de Hoge Raad dat artikel 126w van het Wetboek van Strafvordering ruimte biedt voor overeenkomsten tussen het Openbaar Ministerie en personen die geen opsporingsambtenaar zijn, ook wanneer die personen een (voormalige) criminele achtergrond hebben. Belangrijke beperkingen gelden: inzet is alleen toegestaan als het onderzoek dit dringend verlangt, het vermoede delict de ernst heeft die voorlopige hechtenis rechtvaardigt en infiltratie door een opsporingsambtenaar geen optie is. Bovendien mag de infiltrant anderen niet aansporen tot strafbare feiten die buiten het bestaande opzet van die ander vallen. De moties van de Tweede Kamer geven aan dat zeer terughoudend en onder strikte waarborgen moet worden gehandeld, maar scheppen volgens de Hoge Raad geen rechtsgrondslag die het gebruik van art.126w in die periode zou verbieden.

In de concrete Vidar-zaken onderzocht het hof of de wettelijke eisen — waaronder proportionaliteit, subsidiariteit, goedkeuring door het College van procureurs‑generaal en tijdige informatie aan de minister — waren nageleefd en of verslaglegging voldoende was. Het hof constateerde enkele vormfouten maar stelde dat die geen doorslaggevende nadelige gevolgen hadden: de infiltrant had een beperkte rol, verdachten waren niet in hun verdediging geschaad en de opsporing bleef beheersbaar en integer. De Hoge Raad vond die motivering toereikend. De uitspraak benadrukt verder het belang van gedetailleerde, betrouwbare verslaglegging zodat rechters de rechtmatigheid en betrouwbaarheid van infiltraties kunnen toetsen.