Welke verweren hebben in kort geding geen zin - volgens rechters?
In dit artikel:
Petra Bruin, voorzieningenrechter bij de rechtbank Rotterdam, beschrijft aan de hand van literatuur, rechtspraak en haar eigen kortgedingpraktijk welke verweren in eerste aanleg vaak voorkomen en hoe die uitpakken. Ze behandelt vier knelpunten: het bewijs van spoedeisend belang, bezwaren van niet‑ontvankelijkheid, de vraag of een geschil zich überhaupt leent voor een kort geding, en verweer tegen de uitvoerbaarheid bij voorraad. De kernboodschap is dat verweren concreet gemotiveerd moeten worden — een vaag of formeel verweer volstaat meestal niet — en dat sommige verweren in de praktijk weinig kans van slagen hebben. Voor lezers buiten de rechtspraak: kort geding is bedoeld voor snelle, vaak enkelvoudige conflicten; ingewikkelde feiten- of bewijsvragen en routinematige bezwaren tegen voorlopige uitvoering zijn daar doorgaans niet het juiste middel.