Wat vindt de Nederlandse rechter nou écht van AI-teksten?

vrijdag, 27 februari 2026 (00:13) - Recht.nl

In dit artikel:

Nederlandse rechtbanken reageren wisselend op door partijen ingebrachte AI‑output. In enkele uitspraken (bijv. ECLI:NL:RBMNE:2024:3990, ECLI:NL:RBGEL:2024:3636, ECLI:NL:RBDHA:2025:18730) accepteerde de rechter AI‑bijdrage omdat die daadwerkelijk gebruikt was om de processtrategie en juridische stelling van een partij vorm te geven. De regel is echter anders: doorgaans wordt AI‑tekst terzijde geschoven als die niet concreet, niet onderbouwd of niet relevant is voor wat menselijke partijen en consumenten vinden.

Hof Den Haag verwierp een AI‑analyse over de marktprijs van een auto (ECLI:NL:GHDHA:2024:1771). In meerdere zaken (o.a. ECLI:NL:RBOVE:2025:3534; ECLI:NL:RBMNE:2025:3133) mocht AI‑analyse een menselijke deskundige niet effectief weerleggen — alleen menselijke deskundigheid mag menselijke oordelen bestreden worden. Claims dat men het “meest geavanceerde” model gebruikte hielpen ook niet (ECLI:NL:RBAMS:2025:3935), en algemene AI‑stellingen boorden weinig overtuigingskracht aan (o.a. ECLI:NL:RBDHA:2025:10918; ECLI:NL:RBROT:2025:9914). Tuchtrechters toonden zich streng tegenover het verwijzen naar een toekomstige, verbeterde AI‑versie (ECLI:NL:TADRAMS:2024:191; 2025:218).

Een veelvoorkomende reden om AI‑uitvoer te negeren is het ontbreken van prompt en context (bijv. ECLI:NL:RBDHA:2024:18167; ECLI:NL:GHDHA:2024:711; ECLI:NL:RVS:2025:335). Dat zet partijen voor de vraag of het zinvol is rechters zulke lange prompt‑logs aan te reiken. Praktische les: AI kan nuttig zijn als hulpmiddel bij het opstellen van stukken, maar het overtuigen van de rechter vereist menselijke onderbouwing, transparantie over bronnen en methoden, en geen blind vertrouwen in gegenereerde algemene beweringen.