Uitspraak Raad van State over boetes en leningen inburgering

maandag, 23 februari 2026 (11:30) - Nederlands Juristenblad

In dit artikel:

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft op 18 februari 2026 geoordeeld dat de staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid onterecht had vastgehouden aan een in 2019 opgelegd boetebesluit en aan de terugvordering van een lening van een asielstatushouder die het inburgeringstraject niet binnen de termijn afrondde. De Afdeling achtte het oorspronkelijke besluit “evident onredelijk” en bepaalde dat de boete komt te vervallen en de lening niet langer teruggevorderd hoeft te worden.

De uitspraak volgt op een hoger beroepsprocedure die in 2024 was gestart en waarin verwezen werd naar eerdere uitspraken van het Hof van Justitie van de EU (4 februari 2025) en een eerdere RvS-beslissing van 9 juli 2025. Die jurisprudentie stelde dat het systematisch opleggen van boetes aan asielstatushouders bij het niet tijdig voldoen aan de inburgeringsplicht, en daarmee ook het terugvorderen van leningen, in strijd kan zijn met Europese regelgeving. De Afdeling concludeert dat die rechtsontwikkeling ook uitwerking heeft op eerder vaststaande besluiten onder de Wet inburgering 2013.

Het ministerie van SZW bekijkt de consequenties van de uitspraak. SZW had de inning van boetes en de terugvordering van leningen bij asielstatushouders al gepauzeerd sinds maart 2023, en na de RvS-beslissing van juli 2025 werd het opleggen van boetes aan asielstatushouders onder de Wet inburgering 2013 en 2021 gestopt; terugvordering van leningen is voor de Wet inburgering 2013 eveneens opgeschort. De uitspraak kan gevolgen hebben voor andere asielstatushouders met vergelijkbare, eerder vaststaande besluiten. bronnen: Raad van State, Rijksoverheid.