'Uitbreiding alternatieve organisatiestructuren onder voorwaarden mogelijk'

vrijdag, 29 mei 2026 (12:19) - Het advocatenblad

In dit artikel:

Een onafhankelijke commissie onder leiding van hoogleraar Jaap Winter stelt in een rapport dat uitbreiding van alternatieve organisatiestructuren voor advocaten in Nederland mogelijk is, maar alleen als de kernwaarden van de advocatuur veel sterker en consistenter worden gewaarborgd. Het advies werd vrijdag aan de Nederlandse Orde van Advocaten (NOvA) aangeboden; de NOvA had om helderheid gevraagd over hoe die kernwaarden beschermd kunnen worden bij bestaande en eventuele nieuwe samenwerkingsvormen.

De commissie concludeert dat het huidige toezicht en de bescherming van kernwaarden niet overtuigend, coherent of consistent zijn. Proactief toezicht door dekens is in de praktijk beperkt en varieert per arrondissement, en het klacht- en tuchtrecht functioneert vooral reactief: zonder klachten is niet gegarandeerd dat waarden als onafhankelijkheid, geheimhouding en kwaliteit in alle gevallen voldoende worden nageleefd. Daarom pleit de commissie voor een nieuw basisstelsel van toezicht en governance met vier onderdelen:
- Een tuchtrecht dat zich richt op de persoonlijke beroepshouding van de advocaat en het uitdragen van kernwaarden.
- Proactief individueel toezicht door een nog op te richten Onafhankelijk Toezichthouder Advocatuur (OTA) met bevoegdheden om informatie te vergaren en sancties op te leggen.
- Extern kantoortoezicht door diezelfde OTA voor grote kantoren.
- Verplichte onafhankelijk interne toezichthouders in grote kantoren, bijvoorbeeld een raad van commissarissen of niet-uitvoerende bestuurders.

Pas wanneer dat stelsel op orde is, mogen alternatieve organisatievormen onder voorwaarden worden toegelaten. De commissie pleit voor ruimere mogelijkheden voor samenwerking met andere beroepsbeoefenaren — waaronder ook accountants — mits zij hun eigen beroep daadwerkelijk uitoefenen binnen het samenwerkingsverband, functioneel betrokken zijn bij de advocatuur en onder tuchtrechtelijk toezicht staan. Volgens de onderzoekers kunnen bestaande regels over accountantsonafhankelijkheid en advocatenregels rond tegenstrijdige belangen de belangrijkste spanningen beheersbaar houden.

Ook onderzoekt het rapport de positie van advocaten in loondienst bij rechtsbijstandsverzekeraars of schaderegelaars: dat is onder voorwaarden mogelijk, bijvoorbeeld wanneer de verzekeraar onder toezicht staat op grond van de Wft. Private-equity-investeringen in kantoren worden niet per definitie uitgesloten; zij kunnen productiviteit en strategische scherpte opleveren, maar brengen risico’s in de vorm van sterke financiële sturing, schulden en mogelijk hogere tarieven voor cliënten, wat de toegang tot rechtshulp kan ondermijnen. Daarom is volgens de commissie een ervaren, onafhankelijke toezichthouder onmisbaar; zolang de OTA niet bestaat of niet voldoende is opgebouwd, moeten niet-functioneel betrokken investeerders worden geweerd.

De commissie waarschuwt verder voor het uitbesteden van nagenoeg de volledige bedrijfsvoering aan een Managed Service Organisation (MSO) of voor structuren waarbij digitale en AI-systemen door derden worden beheerd. Zulke constructies kunnen de kernwaarden extra onder druk zetten en dienen voorlopig niet te worden toegestaan totdat de OTA effectief toezicht kan uitoefenen.

Het rapport volgt op een ander recent WODC-rapport (Erasmus/Pro Facto) dat stelde dat de Nederlandse advocatuur momenteel te weinig ruimte biedt voor organisatievormen die betaalbare en toegankelijke rechtsbijstand bevorderen. De NOvA laat weten beide onderzoeken mee te nemen in haar verdere visievorming; na overleg met stakeholders wil de algemene raad na de zomer met een plan van aanpak komen gericht op een toekomstbestendig systeem dat kwaliteit, innovatie en toegang tot het recht balanceert.