Tijdelijke Bestuurlijke maatregelen terrorismebestrijding permanent
In dit artikel:
Het kabinet heeft op 20 maart besloten de Tijdelijke wet bestuurlijke maatregelen terrorismebestrijding blijvend te maken. De regeling geeft de overheid de bevoegdheid om buiten het strafrecht om vrijheidsbeperkende administratieve maatregelen op te leggen aan personen met een terroristisch dreigingsprofiel, zoals een meldplicht, gebiedsverbod, contactverbod en een uitreisverbod (verbod het Schengengebied te verlaten). De huidige tijdelijke wet zou anders op 1 maart 2027 vervallen. De voorgestelde permanente tekst schrapt wel de mogelijkheid om subsidies en vergunningen in te trekken, omdat die maatregel sinds de invoering nooit is toegepast.
De Afdeling advisering van de Raad van State reageerde op 25 februari kritisch op zowel de oorspronkelijke wet als op het plan om die permanent te maken. De Raad van State vindt dat nut en noodzaak van de wet onvoldoende zijn onderbouwd en waarschuwt voor mogelijke inperkingen van grondrechten en het vrije verkeer binnen de EU. Een evaluatierapport dat onlangs verscheen concludeert ook dat de tijdelijke wet geen onmisbaar instrument blijkt in de bestrijding van terroristische activiteiten.
Verder benadrukt de Raad dat het dreigingsbeeld sinds 2017 is veranderd: waar de wettelijke maatregelen aanvankelijk vooral waren gericht op jihadistisch gevaar, speelt nu ook rechts-extremistisch geweld een grotere rol. Daarom verlangt de Afdeling meer uitleg over hoe de bestuurlijke bevoegdheden passen bij deze veranderende aard van de dreiging.