Staat discrimineerde vrouwelijke rechters: laatstverdiende salaris zegt te weinig over waarde van relevante werkervaring
In dit artikel:
In vier zaken oordeelde het College voor de Rechten van de Mens dat de Nederlandse Staat vrouwen discrimineert op grond van geslacht: vrouwelijke ambtenaren verrichten gelijkwaardige arbeid als mannelijke collega’s maar krijgen een lagere beloning. De Staat voerde aan dat het onterecht zou zijn om zomaar één beterbetaalde mannelijke collega als maatstaf te kiezen en dat de vergelijkbare situaties van die collega’s van elkaar verschilden. Het College vond echter dat die verschillen de ongelijkheid niet voldoende rechtvaardigen. Een deel van het loonverschil bleek te berusten op het gebruik van het laatstverdiende salaris bij inschaling; volgens vaste jurisprudentie van het College is dat criterium onvoldoende gerelateerd aan de waarde van relevante werkervaring en kan het daarom niet dienen als rechtvaardiging voor ongelijke beloning. Deze uitspraken benadrukken dat beloningsverschillen door objectieve, werkgebonden criteria moeten worden onderbouwd.