Slechts een halve advocaat per 1000 inwoners van Noord-Nederland. 'We staan er treurig voor'
In dit artikel:
In Noord-Nederland (Friesland, Groningen, Drenthe) dreigt een tekort aan toegang tot juridische hulp: het grootste arrondissement van Nederland is qua oppervlakte groot, maar qua juridische bezetting een leegte. Op elke duizend inwoners is nog geen halve advocaat actief, tegenover het landelijke gemiddelde van één per duizend en zes per duizend in Amsterdam. Van de 19.046 Nederlandse advocaten werkt slechts 4 procent (772) in het noorden; vorig jaar kwamen daar 16 nieuwkomers bij. De gemiddelde leeftijd bij de noordelijke balie ligt iets boven de 46 jaar, en de komende pensioengolf van zestigplussers kan een aanzienlijk gat achterlaten.
Eef van de Wiel, deken van de Orde van Advocaten Noord-Nederland, signaleert dat het probleem wordt verergerd doordat veel rechtenstudenten van de Rijksuniversiteit Groningen wegtrekken naar de Randstad en de Zuidas, waar zij in grote, gespecialiseerde kantoren terechtkomen. Die specialisatie en de bedrijfscultuur van grote kantoren betekent bovendien dat klassieke pleitpraktijk en algemene maatschappelijke rechtsbijstand in krimpgebieden nauwelijks meer worden bediend. Grote kantoren in het noorden nemen vaak geen sociaal juridische zaken aan; armlastige burgers en kwetsbare groepen worden daardoor onbereikbaar.
Een praktisch obstakel is dat driekwart van de noordelijke kantoren uit één à twee advocaten bestaat en dus te klein is om stagiaires op te leiden. Van de Wiel wil daarom met het ministerie een speciaal opleidingskantoor opzetten: een praktijkomgeving waar afgestudeerden onder begeleiding van ervaren advocaten leren pleiten, procederen en een eigen kantoor runnen. In plaats van de gebruikelijke limiet van twee stagiaires per patroon zou zo’n opleidingskantoor bijvoorbeeld vijf stagiaires kunnen begeleiden, met als doel dat jonge advocaten kiezen voor een praktijk in plaatsen als Coevorden of aan de waddenkust.
De noodzaak is zichtbaar in cijfers van het Juridisch Loket: vorig jaar 4,7 miljoen websitebezoekers en 318.000 hulpvragen, waarvan veel bij arbeidsmigranten, bijstandsmoeders en kwetsbare groepen. Complexe zaken worden doorverwezen naar advocaten, maar die zijn in de periferie moeilijk te vinden. Tegelijk groeit de beroepsgroep landelijk wel, maar niet gelijkmatig; in vijf van de elf arrondissementen neemt het aantal advocaten af ten opzichte van tien jaar geleden.
Daarnaast neemt spanningsvol gedrag richting advocaten toe: landelijk waren er vorig jaar 212 meldingen van bedreigingen (onder meer een vuurwerkbom in Veendam) en klachten stegen met 22% naar 2.709. In het noorden kreeg de deken veel verzoeken om een advocaat aan te wijzen (55 vorig jaar), onderzocht twintig kantoren en liet praktijken screenen op risico’s zoals witwassen. Bij grove misstanden werd al ingegrepen: een advocaat werd tijdelijk geschorst en een ander van het tableau geschrapt. Van de Wiel maakt zich ook zorgen over de invoering van een landelijke toezichthouder, omdat lokale bemiddeling nu nog makkelijkere oplossingen kan brengen.