Simone Peek over haar eerste pleidooi: "Als ik ja zei, kon ik meteen weer naar huis"
In dit artikel:
Simone Peek, partner bij bureau Brandeis en beëdigd op 12 juli 2005, herinnert zich haar allereerste pleidooi nog scherp. Kort na haar beëdiging kreeg ze een eigen dossier: een bekende van het kantoor was aangehouden voor flink te hard rijden op een weg met een maximum van 100 km/u. De cliënt besefte dat zij waarschijnlijk een strafbeschikking tegemoet kon zien, maar wilde de zaak toch laten voorkomen in de hoop de schade te beperken. Peek, net begonnen als advocaat na studies in rechten en communicatie, nam de klus met enthousiasme én spanning aan en besloot de zaak grondig uit te pluizen.
Haar verweer rustte op meerdere, nauwkeurige onderzoekspunten. Ze betwijfelde of het proces-verbaal wel “ten spoedigste” na de overtreding was opgemaakt, vroeg zich af of de meetapparatuur nog accuraat was en ontdekte dat het ijkrapport van de snelheidsmeter net verlopen was. Ook onderzocht ze of de marechaussee die had aangehouden überhaupt bevoegd was om te beboeten, en viel haar op dat in de tenlastelegging stond dat haar cliënt op een autoweg reed terwijl het in werkelijkheid een autosnelweg betrof — een taalkundige onjuistheid met juridische gevolgen.
In de rechtszaal moest Peek alleen opdraven; haar patroon en de cliënt waren niet aanwezig. De rechter opende meteen met de vraag of de cliënt het feit erkende, een moment waarop Peek – gebruikmakend van een communicatietechniek uit haar eerdere mediatraining – de aandacht omboog en vroeg eerst andere punten te mogen toelichten. De officier van justitie en de rechter wezen aanvankelijk de meeste van haar punten af: de spoedigheid van het proces-verbaal en de bevoegdheid van de marechaussee werden verworpen, en het verlopen ijkrapport leverde slechts een geringe korting op de strafbeschikking op.
Pas bij het laatste, taalkundige punt kantelde de zaak: de rechter erkende dat het feit ten laste was gelegd als rijden op een autoweg, terwijl de weg feitelijk een autosnelweg was. Omdat dat verschil betekenis had voor de bewezenverklaring, volgde tot Pooks grote verrassing een onmiddellijke vrijspraak. De rechter sprak de cliënt vrij en maande haar vervolgens op strenge toon het gedrag niet te herhalen; buiten de rechtbank deelde Peek het blije nieuws mee.
Twintig jaar later werkt Peek aan complexe toezichtzaken, financiële geschillen en overheidsaansprakelijkheid. Ze ziet zichzelf als controleur op processen en verantwoordelijkheden van toezichthouders en overheidsinstanties. Haar eerste pleidooi leerde haar het belang van speurwerk en nauwkeurig lezen: wat op het oog een verloren zaak lijkt, kan door grondige analyse toch onverwachte kansen bieden. Die les bepaalt nog steeds haar werkwijze.