Shevin Zengin over haar eerste pleidooi: "Hoe was het mogelijk dat er zóveel mis ging?"
In dit artikel:
Shevin Zengin, beëdigd op 29 januari 2016 en inmiddels advocaat-partner bij FAIR Advocaten in Den Haag, herinnert zich haar eerste pleidooi als een aaneenschakeling van onverwachte problemen die toch goed eindigden. Op de dag dat ze begon als advocaat-stagiaire overleed de man van haar patroon onverwacht, waardoor zij ongewild de waarnemer van diens praktijk werd. Tegelijkertijd had ze afgesproken een zitting over te nemen voor een bevriende collega: een familierechtzaak waarin een gevangenzittende vader zich verzet tegen een verzoek van zijn ex-partner om eenhoofdig gezag.
De praktische obstakels begonnen meteen. Als pasgeboren advocaat kon Zengin nog niet inloggen op kantoor, kreeg ze te horen dat ze bij thuiskomst van de nachtelijke begrafenis van de partner alleen de lopende zaken moest uitzoeken en zat ze tot zeven uur ’s avonds te puzzelen over dossiers. Voor het bezoek aan haar cliënt moest ze naar de Penitentiaire Inrichting (PI) Scheveningen. Onbekend met de locatie liep ze per ongeluk naar de transportingang en werd uitgelachen door beveiligers. Zonder advocatenpas, in nieuwe hakken en met zere voeten, worstelde ze zich uiteindelijk naar de hoofdingang en werd zij pas na veel moeite binnengelaten. In de wachtruimte volgde nog een oorverdovende brandoefening die haar paniek bezorgde, maar desalniettemin voerde ze nog een degelijk gesprek met haar cliënt en werkte ze die avond een pleitnota uit.
De zitting zelf vond plaats op haar derde werkdag. In haar zenuwen stond ze op om te pleiten, maar bij familierechtprocedures is het gebruikelijk te blijven zitten; de rechter wees haar daarop terug. Tijdens het pleidooi raakte ze vervolgens onder vuur van de tegenpartij: de wederzijdse advocaat maakte het persoonlijk en viel haar fel aan. Overmand door de aanval bleef Zengin stil en voelde zich vernederd toen zij na afloop door dezelfde advocaat in de gang werd beschuldigd allerlei onoorbare handelingen met de rechter te hebben gepleegd. Haar dossier viel en ze verliet de zaal rood aan de kaken, bijna in tranen.
Uiteindelijk bleek de zaak toch in haar voordeel te kantelen: enkele weken later wees de rechter het verzoek om eenhoofdig gezag af. Zengin schrijft die uitkomst vooral toe aan de juridische kracht van haar betoog, en misschien ook aan de tegenstrijdige, agressieve houding van de tegenpartij. De ervaring leerde haar belangrijke lessen: beheersing in heftige zittingen en professionaliteit in de omgang. Inmiddels heeft ze een eigen kantoor en is gespecialiseerd in familie- en jeugdrecht; ze doceert bovendien bij de beroepsopleiding en gebruikt haar ‘rampzalige’ debuut als voorbeeld voor jonge advocaten om te laten zien dat een moeizaam begin niet bepaalt hoe ver je kunt komen. Haar persoonlijke credo: fel op de inhoud, mild op de persoon.