Rekenkamer tikt J&V op de vingers: afhandeling rechtszaken gaat te traag
In dit artikel:
De Algemene Rekenkamer stelt in het verantwoordingsonderzoek ministerie van Justitie en Veiligheid 2025 dat het ministerie onvoldoende voortgang boekt bij het versnellen van strafzaken. Daardoor blijven slachtoffers en verdachten te lang in onzekerheid, met alle stress van dien. Hoewel het ministerie een verbeterplan en een meerjarenagenda heeft opgesteld, vindt de Rekenkamer die maatregelen ontoereikend: de coördinatie door de minister blijft achter en er is te weinig urgentie om ketenbreed inzicht te krijgen in doorlooptijden. De Rekenkamer kwalificeert deze situatie als een “ernstige onvolkomenheid”.
Ook de uitvoering van de Veiligheidsstrategie voor het Koninkrijk ligt onder vuur. De minister coördineert formeel, maar de uitvoering is verspreid over meerdere ministeries en er ontbreekt centrale monitoring en bijsturing. Daardoor is onduidelijk of de genomen maatregelen daadwerkelijk dreigingen verminderen, wat volgens de Rekenkamer de bescherming van de nationale veiligheid kwetsbaar maakt.
Positief is dat de minister recent snel heeft opgetreden tegen fouten in tenaamstellingen van onherroepelijke vonnissen: hij maakte helder welke wijzigingen de Justitiële Informatiedienst (Justid) wel of niet mag doorvoeren, waardoor die specifieke tekortkoming is afgewaardeerd. De Rekenkamer waarschuwt echter dat herstel vaak ook inzet van het Openbaar Ministerie en de rechtspraak vereist; de minister moet hierover afspraken maken en in kaart brengen hoeveel foutieve tenaamstellingen er nog zijn. De Rechtspraak onderschrijft de conclusies van de Rekenkamer en benadrukt het belang van betere samenwerking binnen de strafrechtketen.