Rechterlijke rolopvatting onder vuur, maar vertrouwen blijft hoog

maandag, 23 maart 2026 (13:12) - Advocatie.nl

In dit artikel:

Staatssecretaris Van Bruggen (Justitie en Veiligheid) heeft schriftelijk gereageerd op Kamervragen van Schilder (Groep Markuszower) over de rol van rechters, hun publieke uitingen en het vertrouwen in de rechtspraak, naar aanleiding van felle mediakritiek op vonnissen in klimaat- en stikstofzaken. Zij verwerpt de beschuldiging dat rechters daarmee de wetgever zouden vervangen en benadrukt dat zij overheidsoptreden toetsen aan geldende wetten en rechtstreeks toepasselijke verdragsbepalingen, waaronder mensenrechtenverdragen.

In ingewikkelde zaken kan de rechter regels concretiseren, aanvullen of verfijnen, maar dat maakt deel uit van zijn constitutionele taak; beleidsvorming blijft primair aan de wetgever, die op uitspraken kan reageren. Van Bruggen wijst ook op de democratische legitimatie van verdragen en op artikel 93 en 94 van de Grondwet, die rechters verplichten rechtstreeks werkende verdragsbepalingen toe te passen. De grens tussen legitieme rechtsvinding en het maken van nieuw beleid is niet abstract vast te leggen maar hangt af van de concrete zaak.

Wat instituties betreft noemt zij levenslange benoemingen, opleidingseisen, disciplinaire routes en wrakingsprocedures als waarborgen. Extra onderzoek naar benoemingstransparantie acht zij niet nodig; recente nationale en Europese rapporten laten volgens haar een stabiel hoog vertrouwen in de rechtspraak zien.

Over publieke uitingen verwijst Van Bruggen naar bestaande gedragsregels (Gedragscode Rechtspraak, Leidraad onpartijdigheid, NVvR-code): rechters hebben spreekvrijheid, maar moeten hun bijzondere positie en onpartijdigheid in acht nemen. Een stevige maatschappelijke discussie over de rechterlijke rol ziet zij als normaal binnen een vitale democratische rechtsstaat, mits met respect voor de onafhankelijkheid van de rechter.