Rechter staat open voor output ChatGPT als 'bewijs' (mits advocaat laat zien over technische kennis te beschikken)
In dit artikel:
Eiser weigerde betaling voor een door een consultant geleverd businessplan en stelde dat het plan niet voldeed aan de eisen van de inkoopopdracht. De advocaat van eiser vroeg daarop ChatGPT te beoordelen of het plan aan die eisen voldeed; het door het systeem gegeven, onderbouwde ontkennende antwoord werd door de advocaat als productie in het proces ingebracht.
De rechter wijdde in zijn beslissing uitgebreid aandacht aan de kwaliteit van die AI‑productie. Centraal stonden vragen over betrouwbaarheid, herleidbaarheid en de bewijskracht van door een taalmodel gegenereerde teksten: in hoeverre is zo’n output controleerbaar, valt deze aan te merken als onafhankelijk deskundigenbewijs, en welke mate van gewicht kan de rechtbank eraan toekennen?
De zaak illustreert bredere zorgen rond het gebruik van AI in juridische procedures. AI‑gegenereerde stukken kunnen aanvullende informatie bieden, maar brengen beperkingen met zich mee (zoals gebrek aan transparantie van bronnen en het risico op onjuiste of misleidende formuleringen). Advocaten en rechtbanken zullen daarom zorgvuldig moeten beoordelen hoe dergelijke producties worden geverifieerd en onderbouwd voordat ze zwaar meewegen in een bewijsvoering.