Rechtbank oordeelt dat Staat voldoende doet om verspreiding PFAS tegen te gaan

donderdag, 12 februari 2026 (12:01) - Nederlands Juristenblad

In dit artikel:

Op 11 februari 2026 oordeelde de rechtbank Den Haag in een zaak tussen vijf milieuorganisaties en de Nederlandse Staat dat de overheid op dit moment voldoende doet om de verspreiding van PFAS te beperken en om risico’s van reeds aanwezige PFAS in het milieu aan te pakken. De vorderingen van de milieuclubs zijn daardoor afgewezen.

PFAS (ongeveer 10.000 verschillende verbindingen) worden sinds de jaren ’60 in vele producten gebruikt en zijn vaak moeilijk afbreekbaar; ze kunnen via lucht en (grond)water wijdverbreid in het milieu terechtkomen en vormen risico’s voor mens en dier. De milieuorganisaties stelden dat de overheid te weinig en te traag optreedt, wat zou leiden tot blijvende verontreiniging en aanzienlijke schade.

De rechtbank stelt dat regering en parlement ruime beleidsvrijheid hebben bij het afwegen van maatregelen, omdat keuzes impact hebben op andere maatschappelijke belangen zoals woningbouw, afvalverwerking en drinkwater. De rechter beoordeelde of de Staat binnen de wettelijke grenzen handelt en concludeerde dat de genomen maatregelen, gegeven de huidige kennis, passend en toereikend zijn. Een specifiek geschil over het halen van een norm voor PFOS in oppervlaktewater per 22 december 2027 werd ook verworpen: de milieuorganisaties konden niet overtuigend aantonen dat de Staat verplicht is die termijn onvoorwaardelijk te halen. De Staat legt de nadruk op het zoveel mogelijk voorkomen van emissies en zet in op een breed Europees verbod op vrijwel alle PFAS vanwege hun grensoverschrijdende verspreiding en het belang van geharmoniseerde regelgeving.