Raad voor Rechtsbijstand roept op tot betere tijdregistratie
In dit artikel:
De Raad voor Rechtsbijstand (RvR) roept advocaten en mediators die werken op basis van toevoegingen op om hun gewerkte uren nauwgezet te blijven registreren. Die oproep komt voorafgaand aan een evaluation van de puntentoekenning binnen het stelsel van gesubsidieerde rechtsbijstand: forfaitaire vergoedingen zijn gebaseerd op gemiddeld aangenomen tijd per zaakscode, en betrouwbare tijdregistraties zijn nodig om die vergoedingen periodiek te toetsen en zo nodig bij te stellen.
De waarschuwing is ingegeven door onderzoek van Cebeon in opdracht van het WODC, uitgevoerd in het kader van de Commissie Van der Meer II. Dat onderzoek concludeert dat de herijking van 2022 de aansluiting tussen punten en praktijk heeft verbeterd, maar dat in veel dossiers nog steeds meer uren worden gemaakt dan de forfaitaire punten vergoeden. Bij standaardzaken ligt de daadwerkelijk bestede tijd in ongeveer 70–75% van de gevallen hoger dan het puntentarief. De grootste kloof doet zich voor in arbeidsrecht, familierecht, verbintenissenrecht en asielzaken.
Eerdere studies en deze enquête wijzen erop dat urenregistratie niet altijd de werkelijkheid weerspiegelt: omdat uren meestal niet direct de vergoeding beïnvloeden, ontbreekt soms de prikkel om ze consequent bij te houden. Respondenten vinden de huidige puntentoekenning verbeterd ten opzichte van vroeger, maar onvoldoende; ook worden piketdiensten vaak structureel te laag vergoed. De RvR benadrukt dat volledige en betrouwbare urendata essentieel zijn voor toekomstige aanpassingen van het stelsel.