Raad voor de rechtspraak kraakt initiatiefwet meerouderschap
In dit artikel:
De Raad voor de rechtspraak raadt af het initiatiefwetsvoorstel Meerouderschap in te dienen. Het wetsvoorstel beoogt het personen- en familierecht aan te passen zodat een kind juridisch aan maximaal vier ouders kan worden verbonden (verdeeld over hooguit twee huishoudens) vanaf de geboorte, op basis van een gezamenlijk verzoek en een vooraf gesloten meerouderschapsovereenkomst.
De Raad erkent de behoefte van gezinnen met meer dan twee verzorgers aan juridische duidelijkheid, maar vindt dat het voorstel te veel cruciale uitvoerings- en rechtsstatelijke vragen openlaat. Centraal staat volgens de Raad dat het belang van het kind onvoldoende in de wettekst is verankerd: de voorgestelde norm volstaat om te toetsen of het belang “zich niet tegen” toekenning verzet, terwijl vereist zou moeten zijn dat toekenning daadwerkelijk in het belang van het kind is. Bovendien is praktisch lastig te beoordelen of een constructie op lange termijn voordelig is voor een nog niet geboren kind.
De Raad waarschuwt dat meerouderschap naar verwachting leidt tot complexere conflicten over gezag, hoofdverblijf, omgang en kosten, terwijl het voorstel nauwelijks regels biedt voor besluitvorming tussen drie of vier ouders, de positie van nieuwe partners of de verdeling van onderhoudskosten. Ook ontbreken overgangsregels voor bestaande meerouder- en samengestelde gezinnen, en veel samenloop met andere wetten, internationale privaatrechtaangelegenheden en administratieve procedures (zoals geboorteaangifte en gezagsregisters) is niet uitgewerkt.
Als oplossing pleit de Raad voor een verplichte, voorafgaande rol van de Raad voor de Kinderbescherming, vergelijkbaar met de waarborgen bij interlandelijke adoptie. Omdat de openstaande kwesties rechters te veel rechtsvormende taken geven en de rechtszekerheid schaden, adviseert de Raad het wetsvoorstel niet aan de Tweede Kamer voor te leggen.