PO-punten voor Palestina
In dit artikel:
De omstreden cursus ‘Pleiten voor Palestina’ vond vrijdag 4 september uiteindelijk rustig plaats in de Ulu-moskee in Utrecht. Ongeveer 35 advocaten en andere belangstellenden kwamen af op de bijeenkomst van Muslim Right Watch Nederland, die volgens de organisatoren niet alleen om opleidingspunten draaide, maar ook om juridische steun voor de Palestijnse zaak.
De cursus had in juni politieke en maatschappelijke ophef veroorzaakt na kritiek van oud-advocaat Oscar Hammerstein. Er werden Kamervragen gesteld, een spreker haakte af en de Nederlandse Orde van Advocaten liet de beoordeling van de opleidingspunten over aan de lokale dekens. Een eerdere editie werd wegens code rood en een hittegolf op het laatste moment afgelast.
Tijdens de bijeenkomst behandelde advocaat Samira Sabir de zaak van de Nederlands-Palestijnse Abed al Attar, die na een bezoek aan Gaza bij een grenscontrole werd tegengehouden. Met media-aandacht en kort gedingen hielp zij hem terug te keren naar Nederland; de reden voor zijn vermeende plaatsing op een zwarte lijst is nog onduidelijk.
Advocaat Paris Popescu sprak over SLAPP-procedures tegen mensen die zich publiekelijk uitspreken. Hij besprak het voorbeeld van een militair advocaat die na een demonstratie tegen vermeende Israëlische schendingen van het oorlogsrecht meerdere tuchtklachten en een aangifte kreeg. De strafzaak werd geseponeerd en de klachten waren niet ontvankelijk, maar volgens Popescu kunnen zulke procedures wel tot zelfcensuur leiden.
Na het vrijdaggebed bespraken advocaten Jill Leijten en Ouidad Batou de zaak van een cliënt die ervan werd verdacht 750.000 euro voor Hamas te hebben ingezameld. Hij werd in mei op de meeste punten vrijgesproken, terwijl het geld voor zover bekend nog niet is vrijgegeven. De dag eindigde met een presentatie over juridische steun aan Palestina en informeel netwerken. De organisatie overweegt vaker dergelijke cursussen te organiseren.
Vandaag Inside: Johan Derksen stellig: ‘Van Bommel had niet eens geel moeten krijgen!’