Patroon & pupil: 'Best vreemd dat ik hem als oud-commando soms uitleg hoe iets moet'
In dit artikel:
Ex-marinier en oud-commando Stefan Jansen (40) is sinds 2024 advocaat-stagiair bij Sjöcrona Van Stigt Advocaten in Rotterdam; zijn formele patroon is partner Sabine ten Doesschate (45). Jansen werkte zeventien jaar bij defensie (vijf jaar bij het Korps Mariniers, twaalf jaar bij de Korps Commandotroepen) en werd meerdere keren uitgezonden, onder meer naar Afghanistan en Mali. Die militaire ervaring vormt de drijfveer achter zijn keuze voor strafrecht: hij ervaart uit eigen werk in fragiele rechtsstaten hoe essentieel een eerlijk proces is en wil via verdediging bijdragen aan het behoud van de rechtsstaat.
Bij het kantoor ligt Jansens focus op het commune strafrecht en bijstand aan politiefunctionarissen; daarnaast krijgt hij begeleiding van Caroline de Sitter. Ten Doesschate werkt vooral aan bijzonder strafrecht, met name financieel-economische zaken zoals fraude, witwassen, corruptie en milieustrafzaken. Samen vormen ze een mentor-mentee-relatie waarin elkaars sterke punten elkaar aanvullen. Jansen brengt stressbestendigheid, verantwoordelijkheid en een no-nonsense communicatiehouding mee—kwaliteiten die hij opdeden tijdens commando-operaties en die hem helpen politiemensen te begrijpen en te verdedigen in situaties waarin snel veel beslissingen moesten worden genomen. Ten Doesschate waardeert dat hij zonder aarzelen taken oppakt en ook complex werk niet uit de weg gaat.
Ten Doesschate levert juist scherpe juridische kaders, compacte analyse en het vermogen om ingewikkelde juridische begrippen simpel uit te leggen. Haar begeleidingsstijl is to the point: ze schrapt overbodig taalgebruik, vraagt om terug te keren naar de kern en leert stagiairs werken met een A4-tje waarop doel, feiten, bewijs en conclusie bondig staan. Jansen zegt door haar feedback kritischer naar zijn werk te kijken en veel beknopter te schrijven; zij geeft aan dat ze van haar vroegere mentor Jan‑Paul van Barneveld diens analytische, kadergerichte werkwijze heeft overgenomen. Tegelijk probeert zij stagiairs te stimuleren eerst vrij te denken over casusideëen voordat die in juridische kaders worden geperst.
Beide benadrukken het belang van de verdediging voor de rechtsstaat. Jansen illustreert dat aan een zaak waarin zijn cliënt iemand hielp die ernstig gewond was op een haventerrein; hij voerde met succes aan dat het gedrag past binnen commando-waarden zoals moed, wat strafverminderend werkte. Ten Doesschate verwijst naar haar betrokkenheid bij het MH17-proces: de inzet voor een eerlijk proces en de uiteindelijke uitspraak versterkten haar vertrouwen in de rol van strafpleiterschap.
Vooruitkijkend willen ze Jansens werkzaamheden geleidelijk meer naar het bijzonder strafrecht verschuiven — grotere, juridisch complexere zaken — maar voorlopig blijft zijn prioriteit het afronden van de advocatenstage. De samenwerking toont hoe militaire discipline en juridische scherpte elkaar kunnen versterken: praktische daadkracht en stressharde ervaring gecombineerd met analytische precisie en beknopte juridische argumentatie.