Overheid moet klimaatbescherming Bonaire én klimaatdoelen aanscherpen
In dit artikel:
De rechtbank in Den Haag oordeelt dat de Nederlandse Staat de bewoners van Bonaire onvoldoende beschermt tegen klimaatverandering en hen ongelijk behandelt ten opzichte van inwoners van Europees Nederland. Greenpeace Nederland had namens Bonairianen een procedure aangespannen om te toetsen of Nederland voldoende adaptie‑ (aanpassing) en mitigatie‑ (uitstootbeperkende) maatregelen heeft genomen. De rechter stelt dat die maatregelen niet voldoen aan de verplichtingen uit internationale klimaakakkoorden en het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM).
Concreet concludeert de rechtbank dat de Staat de positieve verplichtingen uit artikel 8 EVRM (recht op privé‑ en gezinsleven) heeft geschonden en daarnaast het discriminatieverbod uit artikel 14 EVRM en artikel 1 van het Twaalfde Protocol heeft overtreden. De uitspraak wijst erop dat Bonaire al nadelige effecten ondervindt — zoals zeespiegelstijging, extreme neerslag, hitte, schade aan infrastructuur en bedreiging van cultureel erfgoed — en dat de eilanden extra kwetsbaar zijn door beperkte middelen en armoede. Terwijl Europees Nederland sinds 2016 een nationale adaptatiestrategie kent, ontbreekt een geïntegreerd adaptatiebeleid voor Bonaire.
De rechtbank beveelt twee hoofdmaatregelen. Ten eerste moet de Staat uiterlijk in 2030 een specifiek klimaatadaptatie‑ of beschermingsplan voor Bonaire invoeren. Ten tweede moet de Staat binnen achttien maanden bindende, nationale doelstellingen voor broeikasgasreductie vaststellen, inclusief tussendoelen tot 2050 en een vertaald emissietraject richting netto‑nul. Deze verplichtingen vloeien mede voort uit de juridische toetsing aan de KlimaSeniorinnen‑jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens. De Staat moet met uitvoering starten, ook als hij in hoger beroep gaat.
De uitspraak benadrukt dat nationale actie vereist is, ook wanneer een land relatief weinig bijdraagt aan de wereldwijde uitstoot, omdat kwetsbare gemeenschappen recht hebben op passende bescherming tegen de gevolgen van klimaatverandering.