Overbeslag en rechterlijke passiviteit: Hoge Raad grijpt in
In dit artikel:
Klaagster stelde in de beklagprocedure dat het conservatoir beslag buitenproportioneel was: zij overlegt concrete bedragen en bankafschriften waaruit zou blijken dat de waarde van het beslag de te verwachten ontnemingsvordering sterk overstijgt, mede omdat naar haar oordeel bij de voorlopig berekende wederrechtelijk verkregen voordeel nog flinke correcties in mindering moeten komen. De Hoge Raad gebruikt de daaruit voortvloeiende beschikking om het toetsingskader voor beklag tegen conservatoir beslag op grond van art. 94a Sv te verduidelijken en aan te scherpen. Vooral het onderdeel overbeslag krijgt aandacht: rechters moeten scherper toetsen of beslag proportioneel en subsidiar is en of het door de geklaagde aangevoerde bewijs (zoals concrete berekeningen en bankoverzichten) meebrengt dat het beslag onevenredig zwaar is ten opzichte van de verwachte ontnemingsvordering. De uitspraak bouwt voort op eerdere rechtspraak, in het bijzonder HR 31 januari 2023 (ECLI:NL:HR:2023:128), en legt meer nadruk op de verplichting van de rechter tot een concrete, bewijsgerichte afweging van alternatieve, minder ingrijpende maatregelen. Concreet betekent dit dat lagere rechters bij beklag aandacht moeten schenken aan onderbouwde financiƫle overzichten en eventuele correcties op het berekende voordeel voordat zij beslag handhaven.