Opleidingspunten en politieke neutraliteit
In dit artikel:
Voormalig advocaat Oscar Hammerstein trekt vraagtekens bij het besluit om de cursusdag “Pleiten voor Palestina”, gepland op 26 juni in de Ulu-moskee in Utrecht, te erkennen als onderdeel van de permanente educatie van advocaten. De bijeenkomst, met lezingen over demonstratierecht, tuchtrecht, mensenrechten en de strafrechtelijke vervolging van Israëlische militairen, is geaccrediteerd met vier opleidingspunten. Hammerstein benadrukt dat hij geen bezwaar heeft tegen advocaten die zich organiseren of politieke standpunten verdedigen — dat valt onder vrijheid van vereniging en meningsuiting — maar vindt het problematisch dat juist de Orde van Advocaten dit evenement een officieel kwaliteitsstempel geeft.
Hij wijst op artikel 10a van de Advocatenwet, waarin kernwaarden als onafhankelijkheid, partijdigheid van de individuele advocaat, deskundigheid, integriteit en vertrouwelijkheid zijn vastgelegd. Individuale advocaten mogen partijdig zijn voor hun cliënten, maar de beroepsgroep als instituut moet neutraal blijven. Volgens Hammerstein fungeert de Orde niet als belangenvereniging of podium voor activisme, maar als hoeder van kwaliteit en onafhankelijkheid. De titel “Pleiten voor Palestina” en het programma, dat volgens hem uitsluitend een enkel perspectief op het conflict belicht zonder sprekers die de juridische positie van Israël of aspecten van terrorismebestrijding vertegenwoordigen, roepen de vraag op welke normen de Orde bij accreditatie hanteert.
Hammerstein vraagt zich af of een analoge cursus “Pleiten voor Israël” of een bijeenkomst in een synagoge over antisemitisme, gijzelaars en terrorismebestrijding op dezelfde manier geaccrediteerd zou worden; zo niet, dan zou dat duiden op ongelijke maatstaven. Zijn zorg betreft niet de inhoud van het Midden-Oostenconflict, maar de ontvankelijkheid van de advocatuur voor politieke druk en de rol van het opleidingsstelsel: het zou juridische vakbekwaamheid moeten bevorderen, niet politieke standpunten institutioneel legitimeren. Hij dringt er bij de Orde op aan uit te leggen waarom een zo eenduidig gepositioneerde cursus thuishoort binnen permanente educatie, omdat instellingen sneller hun betekenis verliezen door interne koerswijzigingen dan door externe aanvallen.