Opinie - Woningmarkt oplossen door andere toepassing van bestaande regels
In dit artikel:
Notaris Geert Janssen (MAES notarissen) stelt dat de krapte op de Nederlandse studentenwoningmarkt niet primair wordt veroorzaakt door een gebrek aan wetgeving, maar door terughoudend bestuur en strakke gemeentelijke regels die bestaand woningaanbod weghouden van studenten. Universiteitssteden kampen met structurele tekorten, terwijl oplossingen voorhanden zijn in het huidige recht — mits gemeenten en andere partijen die ruimte benutten.
Een belangrijk knelpunt is de toepassing van de Huisvestingswet 2014: veel gemeenten leggen vast dat gewone woningen niet zonder vergunning mogen worden omgezet in meerdere onzelfstandige wooneenheden. Dat beoogt overlast en verkamering te beperken, maar heeft als neveneffect dat kleine kamerverhuur vaak maandenlang stilvalt omdat vergunningen nodig zijn. Janssen wijst erop dat gemeenteraden voor maatwerk kunnen kiezen: sommige steden (onder meer Amsterdam en Delft) zien kleine kamerverhuur tot drie personen al als vrijstelling. Door zulke uitzonderingen breder toe te passen, ontstaat snel extra betaalbare woonruimte zonder nieuwe bouw.
Daarnaast noemt hij initiatieven die eigendom en beheer anders organiseren, zoals coöperatieve modellen (voorbeeld: Nestia Domus) die studentenhuizen buiten de commerciële markt houden. Zulke constructies zijn geen juridische panacee, maar tonen hoe vastgoed maatschappelijk kan worden gemanaged om verlies van kamers tegen te gaan.
De Leegstandswet biedt een andere, weinig gebruikte mogelijkheid: tijdelijk verhuren van lege kantoren of koopwoningen met gemeentelijke toestemming. Omdat tijdelijke contracten na afloop automatisch eindigen, past dit goed bij de korte verblijfsduur van veel studenten. Volgens Janssen wordt deze route nu vooral ingezet voor noodopvang of arbeidsmigranten, maar juridisch leent zij zich net zo goed voor studentenkamers — mits gemeenten actiever vergunningen verstrekken.
Ook de Woningwet en lokale verordeningen spelen een rol. Waar het Bouwbesluit 2012 minimale veiligheidseisen kent, hanteren veel gemeenten strengere oppervlakte-eisen per bewoner, waardoor geschikte woningen onnodig worden uitgesloten voor splitsing. Een ruimhartiger toepassing van landelijke bouwnormen kan woningdelen versnellen zonder de woonkwaliteit aan te tasten.
Een vaak vergeten instrument is hospitaverhuur: woningbezitters die zelf in huis wonen mogen kamers verhuren met beperkte huurbescherming voor de huurder, en kunnen na negen maanden vertrek afdwingen. Met gerichte voorlichting of stimuleringsregelingen kunnen zulke latent beschikbare kamers snel vrijkomen.
Janssen concludeert dat juridisch maatwerk — soepelere interpretatie van de Huisvestingswet, actief gebruik van de Leegstandswet, realistische toepassing van de Woningwet en promotie van hospitaverhuur — binnen maanden extra studentenwoningen kan opleveren. Het probleem is aldus niet een lege gereedschapskist, maar gebrek aan bestuurlijke durf om bestaande instrumenten te gebruiken en studentenhuisvesting als maatschappelijk belangrijk vastgoed te behandelen.