Opinie: De notaris als regisseur van de 'goede' scheiding
In dit artikel:
Notaris mr. Geert Janssen (MAES notarissen) pleit ervoor dat de notaris wettelijk wordt toegerust om echtscheidingen te formaliseren wanneer echtgenoten in goed overleg uit elkaar gaan en de notaris het gehele traject begeleidt. Dit idee, recent naar voren gebracht door de KNB (de beroepsvereniging van notarissen), moet volgens hem leiden tot een sneller, overzichtelijker en minder foutgevoelig scheidingsproces zonder de rechterlijke macht overbodig te maken.
Het voorgestelde model brengt één regisseur, één dossier en één tijdlijn: in plaats van meerdere, elkaar opvolgende trajecten bij advocaat, rechtbank en notaris, worden afspraken, vermogensdeling en eigendomsoverdracht geïntegreerd. Janssen stelt dat minder overdrachtsmomenten tussen professionals leidt tot minder misverstanden en herstelwerkzaamheden. Het notariaat beschikt volgens hem over eigenschappen die daarbij passen: onafhankelijkheid, informatie- en zorgplicht en ervaring met het toetsen of partijen de juridische en financiële consequenties begrijpen.
Praktische voorbeelden tonen het nut. Bij een koopwoning zijn vaak tegelijk keuzes nodig over wie blijft wonen, hypotheekafwikkeling en juridische levering; een geïntegreerde aanpak voorkomt planningknelpunten. Voor ondernemers speelt risicoreductie: scheidingen met ondernemingsvermogen of aandelen zijn feitelijk herstructureringen waarbij onduidelijke waardering of onuitvoerbare afspraken later flinke kosten kunnen veroorzaken. Ouders met kinderen hebben baat bij voorspelbaarheid en een helder overzicht van de stappen richting gemeente, toeslagen, verzekeraars en scholen. Ook kwesties rond testamenten komen veel voor: ex-partners worden bij scheiding vaak buiten de erfopvolging geplaatst, maar oude testamenten blijven juridisch relevant.
Een veelgehoorde zorg is dat dit een nieuw verdienmodel voor notarissen zou zijn. Janssen bestrijdt dat en wijst erop dat notariële betrokkenheid in veel gevallen al nodig is voor asset-overdracht of het formaliseren van huwelijkse voorwaarden. Als de wettelijke handeling strak is vormgegeven met uniforme stappen en registratie, kan het hele proces juist goedkoper en efficiënter uitpakken.
Belangrijk blijft dat de rechter als veiligheidsnet beschikbaar blijft. Janssen benadrukt dat de notariële route alleen bedoeld is voor vrijwillige, gelijkwaardige en conflictvrije gevallen. Daarom moeten er procedurele waarborgen komen: toetsing van vrijwilligheid, ruimte voor afzonderlijke gesprekken, extra aandacht voor begrip en taalniveau en een duidelijke doorverwijzing naar de rechtbank zodra er twijfel of druk is. Daarmee ontstaat een tweesporenmodel: een snel en zorgvuldig notarieel spoor voor instemmende partijen en een rechterlijk spoor voor geschillen.
Tot slot wijst Janssen op de natuurlijke rol van de onpartijdige notaris als mediator die veel conflicten kan voorkomen of oplossen. Een wettelijke uitbreiding van de notariële taak vereist wel een wetswijziging, maar zou volgens hem leiden tot minder dubbel werk, lagere ketenkosten en snellere rechtszekerheid voor de meerderheid van de echtscheidingen die in goed overleg plaatsvinden.