OM: dwang Weski door Taghi-organisatie onvoldoende aannemelijk
In dit artikel:
Op de slotdag van het strafproces tegen ex‑advocaat Inez Weski in Rotterdam draaide het vooral om de vraag of zij onder dwang handelde toen ze namens de verdachte Ridouan Taghi heimelijk berichten doorspeelde. Het Openbaar Ministerie erkende dat enige druk niet uitgesloten is, maar zei maandag dat daar geen zodanig bewijs voor is dat het handelen van Weski ermee is te rechtvaardigen. Officier van justitie Jirko Patist wees erop dat Weski zich volgens justitie eerder in die situatie heeft gebracht — onder meer door een dag na Taghi’s aanhouding een versleutelde PGP‑telefoon van diens zus aan te nemen — en dat zij als ervaren strafpleiter weerstand had kunnen bieden of andere stappen kon nemen, zoals het neerleggen van de verdediging of het inschakelen van de deken.
De verdediging betoogde dat óók bij een veroordeling opsluiting onmogelijk is vanwege Weski’s gezondheid: de 71‑jarige is hartpatiënt en heeft ernstige spannings- en suïcideklachten, waardoor haar raadsman waarschuwde dat detentie haar leven zou bedreigen. Het OM handhaaft desondanks een strafeis van 4,5 jaar en twijfelt aan haar bewering dat ze niet wist van Taghi’s criminele geldstromen binnen de zogenoemde Mocromaffia. In een emotioneel slotwoord presenteerde Weski zichzelf als slachtoffer van een falende rechtsstaat en illustreerde ze haar kritiek aan de hand van Goya‑schilderijen. De uitspraakdatum is nog niet bekend.