Mr. X tilt wilsonbekwame bejaarde

woensdag, 28 januari 2026 (12:19) - Het advocatenblad

In dit artikel:

Mr. X, een advocaat met vijftig jaar praktijkervaring, is door de tuchtrechter in Den Haag van het tableau geschrapt nadat hij ruim €53.000 aan declaraties had opgelegd aan erfgenamen van een wilsonbekwame cliënt. De cliënt, de 89‑jarige meneer T met hersenletsel en in een verpleeghuis geplaatst op grond van een rechterlijke machtiging, had mr. X op verzoek van een kennis als raadsman gekregen. Onderzoek toonde aan dat mr. X handelde terwijl er geriatrische rapporten waren die duidelijk maakten dat meneer T niet wilsbekwaam was; ondanks dat liet hij geen zorgvuldig capaciteitsonderzoek uitvoeren en volgde hij niet het stappenplan van de Koninklijke Notariële en Orde‑gerelateerde richtlijnen.

Meneer T had een stukje papier getekend waarin hij de volmacht van zijn nicht zou intrekken, maar zei tegen het verpleeghuis dat hij alleen had ondertekend om weer naar huis te mogen. Mr. X vond alsnog een notaris om het levenstestament aan te passen en voerde verweer in een procedure waarin de nicht bewind vroeg; het testament werd echter niet op tijd gewijzigd en mr. X overleed tijdens de zaak. Een week na zijn overlijden ontvingen de drie nichten een sommatie voor circa €50.000, waarna beslagleggingen volgden.

De tuchtrechter oordeelde dat mr. X de opdracht niet schriftelijk had bevestigd, veel afspraken mondeling waren verlopen terwijl de cliënt slecht hoorde, en dat hij de cliënt niet had gewezen op een mogelijke Wzd‑toevoeging (bijstand bij zaken onder de Wet zorg en dwang). Ook waren de opgevoerde uren en kosten — onder meer €35.000 aan “advies” — buitensporig en onvoldoende onderbouwd. Verder had mr. X beslag gelegd zonder het verplichte overleg met de deken; het feit dat hij al beslagvorderingen indiende op de dag van zijn overlijden, werd als opportunistisch en puur op financieel gewin gericht bestempeld.

Mr. X verdedigde zich met zijn lange staat van dienst, maar de raad stelde juist dat dat extra zorgvuldigheid eiste. De zaak benadrukt het belang van gedegen toetsing van wilsbekwaamheid, schriftelijke opdrachtvoering en het naleven van procedurele waarborgen bij het innen van declaraties en het leggen van beslag.