Mr. X grieft moskeebestuur - en dat was onnodig

donderdag, 13 november 2025 (10:19) - Het advocatenblad

In dit artikel:

Een advocaat (mr. X) kreeg een berisping nadat hij in een kort geding scherpe kritiek uitte op het bestuur van de islamitische verenigingsraad van een moskee. Zijn cliënt, lid van de vereniging, had een uitnodiging voor een algemene ledenvergadering opgehangen en kreeg daarop een jaar lang het verbod de moskee te betreden. Mr. X eiste binnen een dag opheffing van het toegangverbod en vroeg tevens om een actuele ledenlijst; hij voegde een concept-kortgedingdagvaarding toe. Het bestuur vroeg uitstel om juridisch te overleggen, maar drie dagen later verscheen de deurwaarder.

In de dagvaarding werden de bestuursleden gesteldelijk neergezet als louter trouwe dienaren van de voorzitter en werd de vice-penningmeester als ongeschikt voorgesteld (onder meer beweerd dat hij niet kon lezen of schrijven). De vereniging klaagde bij de disciplinaire raad Arnhem-Leeuwarden over het „rauw” dagvaarden en de grievende formuleringen. Die raad erkende dat een onmiddellijke bansluiting reactie vereist kan maken, maar kwalificeerde de bewoordingen als onnodig grievend en gaf mr. X een waarschuwing.

Mr. X ging in hoger beroep en betoogde onder meer dat de vereniging geen rechtstreeks belang had bij de klacht over de uitlatingen. Het Hof van Discipline verwierp dat: een vereniging opereert via haar bestuur, dus aantijgingen tegen het bestuur raken de vereniging direct en geven haar belang. Het hof oordeelde dat de scherpe bewoordingen niet functioneel waren voor het doel van het kort geding (opheffing van het verbod) en daarom onnodig grievend; de advocaat had de-escalerend moeten optreden. De waarschuwing bleef van kracht.

Belangrijke les: woordkeuze in processtukken moet zorgvuldig zijn; openlijke minachting kan ethische gevolgen hebben en een tegenreactie uitlokken.