Mr. X deed 'gezamenlijk verzoek' maar sprak huurder niet

woensdag, 10 december 2025 (15:05) - Het advocatenblad

In dit artikel:

Een advocaat (mr. X) trad op voor een verhuurder van bedrijfsruimte en diende namens verhuurder en huurder een gezamenlijk verzoekschrift in bij de kantonrechter om afwijkende afspraken van semi-dwingend recht (artikel 7:291 BW) goed te keuren. De huurovereenkomst en een latere allonge bepaalden dat binnen 23 maanden zo’n verzoek zou worden gedaan. Mr. X stelde het verzoek op op verzoek van de verhuurder, zonder de huurder vooraf te raadplegen; de rechter keurigde het verzoek goed.

Twee jaar later stelt de huurder dat er een huurovereenkomst voor onbepaalde tijd is ontstaan en klaagt mr. X bij de Raad van Discipline Den Haag omdat zij niet zijn individuele toestemming had gevraagd en hem niet had geïnformeerd over de procedure en de beschikking. Mr. X voerde aan dat de huurder door ondertekening had ingestemd en dat gezamenlijke verzoeken gebruikelijk zijn.

De raad oordeelt dat mr. X geen rechtstreeks machtiging van de huurder had en dat de ruime formulering in de overeenkomst geen volmacht verving. Een advocaat moet nagaan of beide partijen het gezamenlijke verzoek dragen en de huurder informeren; het niet toezenden van de beschikking is ook tuchtrechtelijk verwijtbaar. Mr. X krijgt een waarschuwing.