Mr. X belooft openheid, maar hoeft die niet te geven
In dit artikel:
Een medewerkster diende een klacht in tegen twee collega’s; mr. X trad op voor het ziekenhuis en de aangeklaagden. Partijen spraken af dat processtukken en communicatie tegelijk zouden worden uitgewisseld en mr. X bevestigde dat zij kopieën van berichten aan de externe klachtencommissie zou delen. De commissie besloot echter de betrokkenen afzonderlijk te horen, waarop mr. X de eerste reactie van haar cliënten alleen aan die commissie zond. De secretaris antwoordde dat dat in orde was en dat de commissie later zou beslissen over inzage voor wederhoor.
De commissie vroeg mr. X vervolgens om advies over het al dan niet splitsen van het dossier; zij ontving het volledige onderzoeksdossier digitaal en kreeg de toezegging dat haar cliënten na uitsluitsel inzage zouden krijgen. Naar aanleiding daarvan kreeg de klaagster vlak voor haar wederhoor slechts twee uur om het omvangrijke dossier in te zien. In een bodemprocedure oordeelde de rechtbank Rotterdam fel over het handelen van de commissie.
De raad van discipline in Den Bosch verklaarde de klachten tegen mr. X ongegrond. Volgens de raad heeft zij binnen de grenzen van belangenbehartiging gehandeld: de commissie had zelf gekozen voor afzonderlijke gehoorgen en om advies gevraagd over dossiersplitsing, en er bleek geen bewijs voor heimelijke afspraak of misbruik van positie. Eventuele schendingen van goede procesorde en het recht op een eerlijk proces wijt de raad aan de commissie zelf. De zaak roept wel vragen op over de waarde van afspraken en gedragsregels als een externe commissie procesvoering kan ondermijnen.