Minister mocht beslistermijn voor asielverzoeken niet met negen maanden verlengen
In dit artikel:
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft recent vastgesteld dat de minister van Asiel en Migratie onterecht de wettelijke beslistermijn voor asielaanvragen van zes maanden met negen maanden heeft verlengd. Daarmee komt een einde aan een langdurige procedure, waarin het Europese Hof van Justitie eerder moest verduidelijken hoe de EU‑Procedurerichtlijn op dit punt geïnterpreteerd moet worden.
De uitspraak betekent dat de normale beslistermijn van zes maanden weer primair geldt en dat de praktijk van structurele verlenging door de minister niet door de bestuursrechter wordt geaccepteerd. Praktische gevolgen zijn dat asielinstanties hun procedures moeten versnellen en dat aanvragers die te lang op een besluit hebben moeten wachten mogelijk juridische stappen of verzoeken tot herbeoordeling kunnen overwegen. Ook dwingt de uitspraak de overheid om haar werkwijze en motivering voor uitzonderingen op de termijn aan te passen aan de uitleg van de EU‑regels.