Lidstaat mag LHBTI-gerelateerde mediaberichtgeving niet beperken of verbieden
In dit artikel:
Het Hof van Justitie heeft voor het eerst geoordeeld dat een lidstaat — Hongarije — in strijd heeft gehandeld met artikel 2 VEU, waarin de fundamentele waarden van de EU (zoals menselijke waardigheid, gelijkheid en de eerbiediging van mensenrechten) zijn verankerd. De zaak betreft een Hongaarse wet uit 2021 die, naast maatregelen tegen pedofilie, media-uitingen over homoseksualiteit en over afwijking van het geboortegeslacht/geslachtsverandering beperkte, met als rechtvaardiging de ‘bescherming van kinderen’. Het Hof vond die regelgeving stigmatiserend en discriminerend en concludeerde dat zij niet verenigbaar is met de in artikel 2 verankerde waarden. De uitspraak is precedenterend: het bevestigt dat nationale wetten aan die waarden getoetst kunnen worden en versterkt de juridische mogelijkheden van de EU om lidstaten op grond van fundamentele rechten te corrigeren. Eventuele vervolgstappen liggen bij andere EU-instellingen of procedures (bijvoorbeeld inbreukprocedures of politieke maatregelen), maar het vonnis zelf markeert vooral een belangrijke juridische grens rondom vrijheid van expressie en non-discriminatie.