Jaaroverzicht Commissie rechtseenheid bestuursrecht 2025

dinsdag, 3 februari 2026 (21:30) - Nederlands Juristenblad

In dit artikel:

De Commissie rechtseenheid bestuursrecht (ondersteund door Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, de Hoge Raad, de Centrale Raad van Beroep en het College van Beroep voor het bedrijfsleven) publiceerde op 3 februari 2026 haar jaaroverzicht over 2025. Het overzicht verklaart de werkwijze van de commissie en bespreekt concrete bestuursrechtelijke thema’s en belangrijke uitspraken van het afgelopen jaar die richting geven aan de rechtspraakpraktijk in Nederland.

Belangrijke punten en thema’s uit het overzicht:

- Maatstaf voor beoordeling van wrakingsverzoeken: Naar aanleiding van een uitspraak van de Hoge Raad (17 januari 2025) moet een wrakingskamer beoordelen of de door een verzoeker genoemde feiten objectief rechtvaardigen dat er vrees voor vooringenomenheid bestaat. Die toets is contextafhankelijk en betrekt meerdere factoren, zoals de aard van de procedure, normen rond verschoning en wraking, de verhouding en positie van betrokkenen, de noodzaak van specifieke deskundigheid binnen een college en de mate van openheid over omstandigheden die schijn van vooringenomenheid kunnen wekken.

- Passeren van gebreken en vergoeding van proceskosten/griffierecht (art. 6:22 Awb): De Hoge Raad (24 januari 2025) bevestigt dat een rechter een uitspraak op bezwaar ondanks schending van regels in stand kan laten als aannemelijk is dat de belanghebbende daardoor niet is benadeeld. Als het besluit in stand blijft vanwege art. 6:22 Awb, bestaat in de regel recht op vergoeding van griffierecht en proceskosten; alleen bij bijzondere omstandigheden mag de rechter daarvan afwijken en dat moet gemotiveerd worden.

- Reikwijdte van het verschoningsrecht: De strafkamer (25 maart 2025) oordeelt dat het inbrengen van vertrouwelijke stukken in een fiscale procedure niet automatisch betekent dat het verschoningsrecht daarmee voor toekomstige strafprocedures is prijsgegeven. Als een belastingrechter echter die gegevens wél in zijn openbare uitspraak opneemt, vervalt het vertrouwelijke karakter van die openbaar geworden informatie en kan daarop geen beroep meer worden gedaan.

- Postproblematiek: De bestuurscolleges constateren vaker dat aangetekende post de ontvanger niet bereikt. De praktijkregel is dat het systeem van het postbedrijf (waaruit bleek dat een bezorger heeft uitgereikt of een afhaalbericht heeft achtergelaten) het vermoeden rechtvaardigt dat het stuk op het juiste adres is aangeboden. Degene die stelt niets te hebben ontvangen moet dat vermoeden kunnen betwisten door feiten en omstandigheden aan te dragen die redelijkerwijs twijfel zaaien; hij hoeft niet overtuigend te bewijzen dat het stuk niet ontvangen is. De praktische problemen bij bezorging mogen meewegen.

- Verzet: Naar aanleiding van een conclusie van A-G Pauwels en een HR-uitspraak (2 mei 2025) geldt dat in verzet nieuwe argumenten aan de orde kunnen komen, mits die al eerder bij een normale behandeling naar voren hadden kunnen worden gebracht. Daarnaast geldt als vuistregel dat een beroepschrift wegens niet-tijdig beslissen doorgaans onredelijk laat wordt geacht als het meer dan een jaar na het verzuim van het bestuursorgaan is ingediend.

- Vergoeding bij overschrijding van de redelijke termijn: De Hoge Raad (8 augustus 2025) handhaaft het uitgangspunt dat in de regel € 500 per halfjaar overschrijding wordt toegekend, met slechts narrow uitzonderingen. De Centrale Raad van Beroep en de Afdeling oordelen dat geen inflatiecorrectie op dit bedrag nodig is. Het College van Beroep voor het bedrijfsleven bevestigt dat matiging van boetes bij overschrijding tot een jaar doorgaans niet boven € 2.500 uitkomt, ook in financieel-economische zaken.

Kortom: het jaaroverzicht verduidelijkt meerdere toetsingskaders — van wraking en verschoningsrecht tot behandeling van gebreken, postbezorging en vergoeding bij termijnoverschrijding — en laat zien hoe hogere rechtspraak uniforme toepassing en rechtszekerheid beoogt te bevorderen. Voor advocaten, bestuursorganen en burgers biedt het handvatten voor procesvoering, bewijsvoering en verwachtingen rond kosten en schadevergoeding.