Is dit ons 'wat heb jij gedaan toen...?'-moment?
In dit artikel:
Op 2 december staat in de Nederlandse Orde van Advocaten (NOvA) de situatie in Gaza op de agenda. Advocaat Till Kressin gebruikt dat moment om te betogen dat de discussie niet primair over de juridische kwalificatie (zoals genocide) moet gaan, maar over de vraag of de NOvA als beroepsorganisatie moraal en mensenrechten moet verdedigen waar fundamentele beginselen van menselijkheid worden geschonden — of dat nu Gaza, Darfur, Jemen of elders is.
De Algemene Raad van de NOvA stelt dat de taak van de Orde volgens de wet beperkt is tot het bevorderen en bewaken van het functioneren van de advocatuur in Nederland, en dat de Orde zich daarom niet behoort uit te spreken over internationale politieke kwesties. Kressin bestrijdt zowel het juridische als het morele comfort van die terughoudendheid. Juridisch valt die beperkte lezing aan te vechten, maar belangrijker vindt hij de vraag of deze tijd nog toelaat dat een op waarden gebaseerde beroepsgroep zich zo afzijdig opstelt.
Kressin verbindt zijn pleidooi aan een persoonlijke geschiedenis: zijn grootvader was in de jaren dertig advocaat in Berlijn en verkeerde aan de verkeerde kant van de geschiedenis. Die familiekroniek roept bij hem de onvermijdelijke vraag op hoe hij zelf zou handelen in periodes van morele beproeving. Hij ziet duidelijke parallellen tussen de politieke en maatschappelijke veranderingen van toen — polarisatie, het afbrokkelen van een regelgebaseerde internationale orde, openlijk herscheppen van vijandbeelden — en ontwikkelingen van nu.
Hij weerlegt drie vaak gehoorde tegenargumenten: (1) dat de NOvA niet bevoegd is om zich internationaal uit te spreken; (2) dat het onmogelijk is zich over al het onrecht ter wereld uit te spreken; en (3) dat politieke betrokkenheid de taak van de Orde zou overstijgen. Kressin merkt op dat de NOvA wél politieke keuzes maakt wanneer zij bijvoorbeeld verkiezingsprogramma’s op rechtsstatelijke criteria beoordeelt, en vraagt zich af waarom dat dan wél mag en betrokkenheid bij humanitaire crisissen niet.
In een wereld waarin internationale instituties onder druk staan en machtsmisbruik veelal ongestraft blijft, pleit hij voor meer moed en betrokkenheid van de advocatuur. De NOvA zou bij haar besluitvorming niet alleen strikt de letter van de wet moeten volgen, maar ook moeten meewegen of de tijd vraagt om een ruimere interpretatie van haar maatschappelijke verantwoordelijkheid. Een verklaring over Gaza zou misschien geen aardverschuiving teweegbrengen, maar kan wel een rimpeling veroorzaken die samen met andere stemmen verandering mogelijk maakt.
Ten slotte waarschuwt Kressin tegen het afglijden van het debat naar een gepolariseerde pro-/tegen-discussie over Israël; dat zou het doel van de Orde ondermijnen. Als de NOvA op 2 december in openheid en inhoudelijk debatteert en daarbij bereid is haar rol te verruimen, levert zij volgens hem bewijs van maatschappelijke verantwoordelijkheid. Als zij zwijgt uit formalistische terughoudendheid, zal dat moreel tekortschieten.