Inbreuk mededingingsrecht: rechter van vestigingsplaats moedermaatschappij bevoegd
In dit artikel:
Eiser vorderde schadevergoeding wegens een vermeende schending van het mededingingsrecht tegen Athenian Brewery (Griekenland) en haar indirecte meerderheidsaandeelhouder Heineken (Nederland). De kernvraag was of de Nederlandse rechter ook bevoegd was om over de Griekse (klein)dochter te oordelen, nu eiser stelde dat beide vennootschappen samen één onderneming vormen op grond van artikel 102 VWEU, hetgeen door gedaagden werd bestreden. De Hoge Raad vroeg prejudiciële uitleg aan het HvJ EU over artikel 8 van de Brussel Ibis‑verordening; na die uitspraak volgt de Hoge Raad dat het Nederlandse hof zich bevoegd mocht verklaren. Beslissend is dat bij de bevoegdheidsbeoordeling kan worden uitgegaan van het vermoeden van beslissende invloed van de moedervennootschap over de dochter, een veronderstelling die weerlegbaar is maar in beginsel toereikend voor jurisdictie.