I-grond vereist niet ten minste één bijna voldragen grond en evenmin verzwaarde stelplicht
In dit artikel:
Een manager financiën werd ontslagen omdat hij een liquiditeitstekort niet tijdig had gemeld. Bij de lagere instanties waren de d- en g-grond onvoldoende om ontslag te dragen, maar de werkgever baseerde zich daarnaast op de i-grond, die volgens hem wel van toepassing was. De advocaat-generaal stelde dat de rechter ruime beoordelingsvrijheid heeft en dat uit de parlementaire geschiedenis niet volgt dat voor toepassing van de i-grond vereist is dat de grond “bijna voldragen” is, noch dat de werkgever een verzwaarde stelplicht heeft ten aanzien van die grond. De Hoge Raad heeft de zaak vervolgens afgedaan met verwijzing naar artikel 81 RO, zodat er geen nadere inhoudelijke uitspraak van het hoogste rechtscollege kwam. De uitspraak bevestigt de ruimte voor rechterlijke beoordeling bij toepassing van de i-grond en verwerpt het idee van een bijzondere bewijs- of stelplicht voor werkgevers in die context.