Hoge Raad: verhoging belastingrente vennootschapsbelasting naar 8% is onverbindend
In dit artikel:
De Hoge Raad heeft op 16 januari 2026 geoordeeld dat de bepaling in het Besluit belasting- en invorderingsrente (Bbi) die het belastingrentepercentage voor de vennootschapsbelasting per 1 januari 2022 verhoogde naar 8% onverbindend is. Die specificatie moet daarom buiten toepassing blijven omdat zij in strijd is met het evenredigheidsbeginsel en het gelijkheidsbeginsel.
Waar gaat het om? De geschilpunten betreffen de extra rente die vennootschappen moeten betalen wanneer zij vennootschapsbelasting te laat voldoen. In 2022 werd voor die belastingsoort het rentepercentage verhoogd naar 8%, terwijl vergelijkbare verhogingen bij andere belastingen uitbleven. Advocaat-generaal Koopman had op 1 oktober 2025 geadviseerd de verhoging onverbindend te verklaren; de Hoge Raad volgde dat advies.
Juridische afwegingen: de Hoge Raad stelt dat de besluitgever binnen de gedelegeerde bevoegdheid bleef door het rentepercentage vast te stellen, en erkent dat het Bbi een algemeen verbindend voorschrift is dat de belastingrechter mag toetsen aan algemene rechtsbeginselen. De Raad accepteert ook dat de regering de maatregel zorgvuldig heeft voorbereid en heeft gemotiveerd dat de verhoging gerechtvaardigd werd geacht. Desondanks oordeelt de Hoge Raad — met de nodige terughoudendheid omdat het om politieke/bestuurlijke afwegingen gaat — dat het enkele budgettaire doel geen voldoende grond biedt om de lastverzwaring uitsluitend bij vennootschapsbelastingplichtigen neer te leggen. Omdat belanghebbenden die renteberekening in wezen als gelijke gevallen zijn te beschouwen, ontbreken redelijke rechtvaardigingsgronden om juist deze groep te belasten. Dat maakt de maatregel onevenredig en ongelijk.
Gevolgen en vervolg: het cassatieberoep van de Staatssecretaris is ongegrond verklaard; de desbetreffende Bbi-bepaling kan niet langer worden toegepast. De Hoge Raad heeft partijen die buiten deze procedure getroffen kunnen worden de gelegenheid gegeven zienswijzen in te brengen. Het ministerie van Financiën rapporteert inmiddels circa 29.500 ingediende bezwaren. Eerdere schattingen van Financiën gingen uit van een nadeel voor de schatkist van minstens €1,3 miljard als de bezwaarmakers zouden winnen; door de toeloop van extra bezwaren kan de financiële tegenvaller groter uitvallen.
Kort gezegd: de selectieve verhoging van belastingrente voor vennootschappen is juridisch ontoereikend onderbouwd en schendt de beginselen van evenredigheid en gelijkheid, waardoor de maatregel door de Hoge Raad onbruikbaar is verklaard.