Hoge Raad tikt rechtbank op de vingers in zaak De Vries-opnamen

dinsdag, 9 december 2025 (13:12) - Advocatie.nl

In dit artikel:

De Hoge Raad heeft in 2025 de uitspraak van de rechtbank Amsterdam vernietigd over het gebruik van heimelijk gemaakte geluidsopnamen van gesprekken tussen Peter R. de Vries en twee advocaten uit 2019. Het geschil ging om zeven bestanden, waarvan fragmenten begin 2024 via de media bekendmaakten dat één advocaat zou hebben gesproken over het (poging tot) omkopen van een medewerker van de Dienst Justitiële Inrichtingen. Na eerdere onderzoeken door de deken en het ministerie zonder aanwijzingen voor omkoping, kreeg de Rijksrecherche de opnamen van een anonieme bron; het Openbaar Ministerie droeg delen over aan de rechter-commissaris en de rechtbank stond gebruik van fragmenten uit drie opnamen toe in de strafzaak tegen één advocaat.

In cassatie klaagden de betrokken advocaten over de reikwijdte van het verschoningsrecht en de motivering van de rechtbank voor de uitzonderlijke doorbreking daarvan. De Hoge Raad oordeelt dat de klachten ontvankelijk zijn en benadrukt dat ook bij anoniem aangeleverde bestanden de procedure van artikel 98 Sv voor geheimhoudersinformatie geldt. De Hoge Raad beëindigt echter niet alle kritiek: de rechtbank heeft onvoldoende onderzocht en gemotiveerd in hoeverre de fragmenten namen en belangen van andere cliënten raken. Omdat inbreuk op verschoningsrecht strikt noodzakelijk en proportioneel moet zijn, moet de rechtbank Amsterdam opnieuw beoordelen of en hoeveel van de drie opnamen mogen worden gebruikt. De overige klachten werden verworpen. ECLI:NL:HR:2025:1788 / 1789.