Hoge Raad houdt verschoningsrecht niet-verdachte notarissen overeind
In dit artikel:
De Hoge Raad heeft op 22 september 2026 geoordeeld dat het Openbaar Ministerie geen toegang krijgt tot een deel van digitale stukken waarop twee niet-verdachte notarissen zich beroepen op hun verschoningsrecht. Daarmee blijft de beslissing van de rechtbank Amsterdam in stand.
De zaak komt voort uit een strafrechtelijk onderzoek naar een andere notaris en diens medewerker, die worden verdacht van onder meer het niet melden van ongebruikelijke transacties en witwassen. In 2022 nam justitie ruim 6.000 digitale bestanden in beslag. Omdat daarin ook de namen van de twee andere notarissen voorkwamen, wilde het OM de stukken inzien. Zij maakten daar bezwaar tegen.
Na een eerdere vernietiging door de Hoge Raad onderzocht de rechtbank opnieuw of sprake was van zeer uitzonderlijke omstandigheden die doorbreking van het verschoningsrecht konden rechtvaardigen. Volgens de rechtbank bestond onvoldoende direct verband tussen de stukken en de onderzochte strafbare feiten. Ook waren veel documenten afkomstig uit een andere periode, waren de notarissen geen verdachten en was niet aangetoond dat de informatie niet op een andere manier kon worden verkregen.
De Hoge Raad onderschrijft dat oordeel. Wel verduidelijkt hij dat stukken die zelfstandig uit openbare registers kunnen worden gehaald, op zichzelf niet onder het verschoningsrecht vallen. Dat verandert de uitkomst niet, omdat het OM die documenten zelf kan opvragen.
Vandaag Inside: René van der Gijp ziet verandering ontstaan in Oranje-selectie onder Xavi: 'Dat is hartstikke goed!'