Hoge Raad duidt toetsing van en aansprakelijkheid voor belastingvorderingen in faillissement

vrijdag, 29 mei 2026 (18:58) - Recht.nl

In dit artikel:

De Hoge Raad heeft geoordeeld over de vraag wanneer een curator in faillissement een derde kan aanspreken voor schade die voor een belangrijk deel bestaat uit door de Ontvanger ingediende belastingvorderingen. In deze zaak had de curator de derde aansprakelijk gesteld wegens onrechtmatige daad ten behoeve van gezamenlijke schuldeisers; veel van de gevorderde schade betrof belastingaanslagen.

Belangrijkste punten uit het arrest:
- Een rechter hoeft niet in alle gevallen de materiële juistheid van belastingaanslagen volledig te toetsen wanneer die aanslagen als schadepost in een aansprakelijkstelling voorkomen. De gang naar een volledige inhoudelijke controle is beperkt.
- De derde kan zich verweren met het betoog dat de curator of de belastingschuldige de belastingschuld (beter) had moeten betwisten, zodat het risico van die aanslagen bij de failliete boedel blijft. (Boedel = het faillissementsvermogen.)
- De Ontvanger kan wel onrechtmatig handelen door belastingvorderingen in een faillissement in te dienen of te handhaven, maar menselijkerwijs moet terughoudendheid worden betracht bij het aannemen van onrechtmatigheid; alleen omdat een aanslag later onjuist blijkt, is dat niet automatisch genoeg.
- Een volledige toetsing van aanslagen is wél aan de orde in twee situaties: (i) wanneer de Ontvanger een derde rechtstreeks aansprakelijk stelt voor belastingschulden van een ander, of (ii) wanneer tussen die derde en de Ontvanger sprake is van concurrerende verhaalsrechten op hetzelfde vermogen.

Met name de tweede grond brengt een wijziging ten opzichte van de eerdere jurisprudentie (Dumatrust/Ontvanger): de Hoge Raad scherpt de voorwaarden aan waaronder rechtbanken belastingsaanslagen diepgaand mogen onderzoeken. Dit arrest verduidelijkt de grenzen van civiele aansprakelijkheid en van de rechterlijke toetsing van fiscale vorderingen binnen faillissementen.