Hoge Raad: AVA 2013-vervaltermijnen moeten opnieuw worden beoordeeld
In dit artikel:
De Hoge Raad heeft op 25 september 2026 een uitspraak van het gerechtshof Amsterdam vernietigd over vervaltermijnen in de Algemene Voorwaarden voor Aanneming van werk 2013 (AVA 2013). Het hof had geoordeeld dat deze termijnen oneerlijk en onredelijk bezwarend waren. Volgens de Hoge Raad heeft het hof de werking van de bedingen niet juist uitgelegd en onvoldoende gewicht toegekend aan vergelijkbare voorwaarden die in overleg met consumentenorganisaties tot stand zijn gekomen.
De zaak gaat over een aannemer die in 2014 en 2015 een vrijstaande woning bouwde. Na de oplevering klaagden de particuliere opdrachtgevers over onder meer de cementdekvloer en de dakconstructie. Zij stelden de aannemer aansprakelijk en begonnen in 2021 een procedure. De aannemer beriep zich op de AVA 2013, waarin voor verschillende gebreken vervaltermijnen van twee, vijf of tien jaar staan. De rechtbank gaf de aannemer gelijk, maar het gerechtshof Amsterdam oordeelde anders.
De Hoge Raad beslist niet zelf of de vervalbedingen geldig zijn. De zaak is verwezen naar het gerechtshof Den Haag, dat opnieuw moet beoordelen of de voorwaarden in strijd zijn met artikel 6:233 BW en de Europese regels over oneerlijke bedingen. Bij bouwgebreken kunnen dergelijke contractuele termijnen naast wettelijke klacht- en verjaringstermijnen gelden. Omdat een vervaltermijn vaak niet kan worden gestuit met alleen een aansprakelijkstelling, moeten consumenten tijdig klagen, bewijs vastleggen en juridisch advies inwinnen. Aannemers kunnen evenmin zonder meer aannemen dat de AVA-termijnen standhouden.
Vandaag Inside: Dave Maasland over ShinyHunters-verdachte Pepijn van der S.: 'Ik stoor me aan die berichtgeving'