Hof: zelfstandige Uber-chauffeurs zijn geen werknemers
In dit artikel:
Het gerechtshof Amsterdam heeft op 27 januari 2026 geoordeeld dat chauffeurs die via de taxi‑app Uber rijden in beginsel ondernemers zijn en geen werknemers. Het hof volgde daarmee niet de uitspraak van de rechtbank Amsterdam uit 2021, waarin FNV had gewonnen. Omdat de omstandigheden per chauffeur sterk uiteenlopen, acht het hof een algemeen oordeel over werknemerschap niet mogelijk; of sprake is van een arbeidsovereenkomst moet per individu worden vastgesteld.
In het hoger beroep had het hof prejudiciële vragen voorgelegd aan de Hoge Raad, die in februari 2025 in navolging van het Deliveroo‑arrest al had aangegeven dat de relevante omstandigheden niet in rangorde zijn te plaatsen en dat werkrelaties voor verschillende werkenden anders kunnen kwalificeren. Het hof noemde concrete aanwijzingen voor ondernemerschap bij de aan Uber verbonden chauffeurs: aanzienlijke investeringen (zoals in een auto), vrijheid in werktijden, zelfstandige beslissingen over het accepteren van ritten en de daaraan verbonden verdiensten, en het dragen van aansprakelijkheids‑ en inkomensrisico’s.
Het hof sluit niet uit dat individuele chauffeurs wél als werknemer kunnen worden aangemerkt, maar ontbraken bewijs over individuele feiten leidde tot afwijzing van de vorderingen en vernietiging van het vonnis van de rechtbank. FNV laat weten cassatie te overwegen en mogelijke individuele procedures voor chauffeurs te onderzoeken.