Hof staat nieuwe advocaten Taghi 18 maanden voorbereidingstijd toe
In dit artikel:
Het gerechtshof Amsterdam heeft op 15 juni besloten dat Ridouan T. (bekend als Taghi) twee nieuwe advocaten krijgt: Ronald van der Horst en Anique Slijters van Slijters Van der Horst Advocaten. Het hof heeft hun verzoek grotendeels ingewilligd en hen vanaf 1 september 2026 achttien maanden voorbereidingstijd gegeven, waardoor de inhoudelijke behandeling van het hoger beroep niet vóór maart 2028 plaatsvindt.
De verdediging vroeg om veel tijd vanwege de uitzonderlijke complexiteit van het Marengo-dossier: ruim 90.000 pagina’s en een zaak waarin niet alleen het lezen maar ook zelfstandig analyseren, betwisten en waar mogelijk eigen onderzoek noodzakelijk is. Van der Horst had aangegeven de verdediging neer te leggen als die voorbereidingstijd niet werd toegewezen; het hof toonde waardering voor het aannemen van de opdracht en erkende dat Taghi al 19 maanden zonder rechtsbijstand zat.
Tegelijkertijd weegt het hof ook het belang van slachtoffers, getuigen en de maatschappij mee en vond het daarom niet redelijk om tijdens de voorbereidingstermijn alle regiezittingen te verbieden. Er worden twee procedurele zittingen gepland (juni en december 2027) waarin de verdediging alvast verzoeken voor nader onderzoek kan indienen, omdat de uitvoering van zulke verzoeken vaak veel tijd kost.
Het hof hield bij zijn oordeel rekening met de moeizame zoektocht naar nieuwe advocaten, die volgde op de arrestatie van Taghi’s vorige raadsman Vito Shukrula in april 2025; eerdere pogingen, waaronder bemoeienis door dekenberaden, leverden geen snelle oplossing op. Een openstaand punt is de vraag van de verdediging om onbeperkte toegang tot Taghi in de Extra Beveiligde Inrichting in Vught. Taghi werd door de rechtbank in Amsterdam tot levenslange gevangenisstraf veroordeeld; zijn hoger beroep loopt achter op dat van dertien medeverdachten, waarvoor het OM begin juni al straffen heeft geëist.
Vandaag Inside Oranje: Wesley Sneijder: 'Dat is de grootste onzin die ik uit de mond van Valentijn Driessen heb gehoord!'