Harm Heynen over zijn eerste pleidooi: "Ik had bij de tegenpartij op een rode knop gedrukt"
In dit artikel:
Harm Heynen, partner vastgoedrecht bij Boels Zanders Advocaten in Venlo (beëdigd 9 november 2000), beschrijft een van zijn eerste zelfstandige zittingen: hij stond een woningcorporatie bij in een zaak tegen een huurdersstel dat langdurig overlast veroorzaakte en waarvan de verhuurder ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming vorderde. De tegenpartij voerde in het verweer vooral aan dat ontruiming ernstige gevolgen voor de kinderen zou hebben; dat argument leek Heynen op dat moment twijfelachtig omdat hij ervan uitging dat kinderen in Nederland niet op straat zouden komen te staan.
Voorbereidend onderzoek wees uit dat er toen al regelingen bestonden en dat – mocht het echtpaar werkelijk geen alternatief vinden – Jeugdzorg ingreep, zodat de kinderen niet dakloos zouden worden. Met dat vertrouwen ging Heynen de zitting in en keerde expliciet terug op het argument over de kinderen: hij stelde dat kinderen niet op straat zouden belanden en noemde Jeugdzorg. Die enkele formulering leidde tot een heftige uitbarsting van het echtpaar; de ouders schreeuwden, de man stormde de zaal uit en de parketpolitie moest erbij komen. Heynen was geschrokken en besefte meteen dat zijn woordkeuze onhandig was: juridisch correct, maar emotioneel ondoordacht en eerder escalatieverhogend dan ontwapenend.
Na het bedaren van de gemoederen hervatte de zitting zich en de rechter gaf de woningcorporatie gelijk; de ontruiming mocht plaatsvinden. Waar het gezin daarna terechtkwam, weet Heynen niet meer. Wat wél bleef, is de les: woorden wegen zwaar, vooral in beladen situaties. In zijn evaluatie noemt hij zijn jeugdige enthousiasme en gebrek aan levenservaring als oorzaak van zijn directheid. In plaats van het beladen begrip ‘Jeugdzorg’ had hij bijvoorbeeld een mildere term als ‘vangnet’ kunnen gebruiken of het onderwerp geheel laten rusten en zich beperken tot de hoofdpunten van zijn betoog. Rechters zijn doorgaans bekend met de praktische werking van het systeem; het hoeft niet door de advocaat benadrukt te worden als dat alleen maar afleidt.
Heynen gebruikt dit incident sindsdien regelmatig in huurrechtcursussen als illustratie van wat je beter niet doet: jonge advocaten snappen vaak juridisch waarom hij zo handelde, oudere collega’s voelen sneller de emotionele lading van dergelijke uitspraken. De kernboodschap die hij uit deze eerste pleitervaring meeneemt: ook als je in je recht staat, moet je zorgvuldig formuleren — tact en empathie kunnen het juridische gelijk effectiever maken dan de meest technische weerlegging.