Gevolgen van de beperking compensatie transitievergoeding bij langdurige ziekte

woensdag, 8 april 2026 (10:12) - Advocatie.nl

In dit artikel:

Op 10 december 2025 is bij de Tweede Kamer een wetsvoorstel ingediend dat de mogelijkheid om de transitievergoeding bij ontslag wegens langdurige arbeidsongeschiktheid alleen nog vergoedbaar maakt voor kleine werkgevers. De maatregel, aangekondigd in het regeerakkoord en op 5 december 2025 openbaar gemaakt, moet volgens het kabinet structureel circa €380 miljoen besparen. De nieuwe coalitie wil bovendien de compensatie voor alle werkgevers per 2028 afschaffen.

Sinds 1 april 2020 kunnen werkgevers de door hen betaalde transitievergoeding bij langdurige ziekte bij het UWV declareren (artikel 7:673e BW). Die regeling werd ingevoerd om te voorkomen dat werkgevers zieke werknemers na twee jaar in dienst hielden zonder actief te beëindigen — de zogeheten ‘slapende dienstverbanden’. De Hoge Raad heeft in de Xella-zaak duidelijk gemaakt dat goed werkgeverschap vaak vereist dat een werkgever meewerkt aan zo’n beëindiging onder betaling van de wettelijke transitievergoeding.

Het nieuwe wetsvoorstel beperkt de compensatie tot kleine werkgevers, zoals gedefinieerd in de Wet financiering sociale verzekeringen: werkgevers met een loonsom tot en met 25 keer het gemiddelde premieplichtige loon per werknemer per jaar. Middelgrote en grote werkgevers moeten vanaf de beoogde ingangsdatum 1 juli 2026 zelf opdraaien voor de transitievergoeding; er komt overgangsrecht voor lopende gevallen. De coalitie streeft ernaar de compensatie landelijk te laten vervallen in 2028.

De Raad van State waarschuwt dat deze wijziging oude knelpunten terugbrengt: risico op meer slapende dienstverbanden, een toename van juridische procedures en discussie over de definitie van ‘kleine werkgever’ en mogelijke ongelijke behandeling van werknemers. Ook is onduidelijk hoe de Xella-norm zich houdt nu de financiële prikkel voor werkgevers verdwijnt; rechters zullen dat in de praktijk moeten uitklaren.

Praktisch betekent het wetsvoorstel hogere ontslagkosten voor middelgrote en grote werkgevers (en vanaf 2028 voor iedereen), wat ertoe kan leiden dat beëindigingen minder snel plaatsvinden en werknemers langer in onzekerheid blijven. Om deze problemen te beperken pleit het artikel voor heldere wettelijke invulling van goed werkgeverschap en concrete uitvoeringsregels bij de nieuwe regeling.