Gerbrandydebat: 'Samen vechten voor de rechtsstaat'
In dit artikel:
Op 31 maart kwam in sociëteit De Witte tijdens het jaarlijkse Gerbrandydebat van de Nederlandse Orde van Advocaten (NOvA) een brede groep juristen bijeen om te praten over de kwetsbaarheid van de rechtsstaat en de onafhankelijkheid van de advocatuur — zowel in de Verenigde Staten als in Nederland.
De Amerikaanse rechtsethicus Bradley Wendel opende het debat en schetste hoe de regering-Trump privékantoren scherp aanviel: met retoriek die law firms beschuldigde van het schaden van nationale belangen en met een executive order die advocaten de toegang tot rechtbanken dreigde te ontzeggen. Sommige grote kantoren sloten daarna compromissen; vier toonaangevende firma’s kozen ervoor in verzet te blijven. Wendel bracht ook ethische dilemma’s ter sprake, zoals de vraag of advocaten moeten weigeren cliënten met bedenkelijke activiteiten (bijvoorbeeld uit de fossiele sector) om reputatieschade te vermijden — of dat dergelijke weigeringen onrechtmatig druk op de onafhankelijkheid van de beroepsgroep leggen. Hij verwees naar het fenomeen van klimaat-rankings door rechtenstudenten die firma’s beoordelen op hun klantenbestand.
Panelleden en zaal discussieerden vervolgens over hoe advocaten publiek optreden het beeld van neutraliteit kan beïnvloeden. Advocaat en rechtsfilosoof Jonathan Soeharto waarschuwde dat het openlijk pronken met het binnenhalen of “winnen” van cliënten op social media de perceptie van betrokkenheid vergroot. Een sprekende casus was die van Freerk Vermeulen, die wél Rusland bijstond na de inval in Oekraïne uit principiële overtuiging dat iedereen recht heeft op juridische bijstand; hij ontving daarvoor bedreigingen. In het publiek zat een van de initiatiefnemers van de oproep aan Nederlandse kantoren om dergelijke bijstand te heroverwegen. Hoogleraar Jan Broekhuizen maakte duidelijk dat persoonlijke stellingname anders is dan het publiek aan de kaak stellen van collega’s, omdat dat de indruk van identificatie met de cliënt versterkt.
Op de slotstelling over de vraag of politieke inmenging ook in Nederland de rechtsstaat kan bedreigen, reageerde de zaal massaal positief. VVD-senator Koen Petersen relativeerde de gevaren door te wijzen op institutionele verschillen met de VS (zoals benoemingsprocedures en het meerpartijenstelsel). Anderen, waaronder ACM-voorzitter Martijn Snoep en NOvA-deken Jeroen Soeteman, benadrukten dat de advocatuur waakzaam en zichtbaar moet blijven, haar kernwaarden actief moet uitleggen en bereid moet zijn te strijden voor de onafhankelijkheid van de rechtsstaat — ook buiten formele gremia.