Gebrekkige verbouwing: aannemer én bouwbegeleider aansprakelijk
In dit artikel:
De rechtbank Den Haag oordeelde op 2 september 2026 dat zowel een aannemer als een bouwbegeleider aansprakelijk zijn voor de gevolgen van een ontspoorde woningverbouwing. De aannemer had het werk aangenomen voor €330.000, maar eiste tijdens de uitvoering nog €150.000 omdat hij naar eigen zeggen met een te klein vloeroppervlak had gerekend. Volgens de rechtbank had hij vooraf voldoende onderzoek moeten doen en kwam deze meet- of rekenfout voor zijn eigen rekening. De opdrachtgever mocht daarom de laatste termijnen opschorten en de overeenkomst ontbinden.
Een gerechtelijk deskundige stelde vast dat al bij de fundering ernstige, zichtbare fouten waren gemaakt. De bouwbegeleider, die toezicht moest houden op kwaliteit, planning en kosten, had deze gebreken tijdig moeten signaleren, de aannemer moeten aanspreken en de opdrachtgever moeten waarschuwen. Omdat dat maandenlang onvoldoende gebeurde en het gebrekkige werk doorging, namen de herstelkosten toe.
De herstelkosten zijn vastgesteld op €147.004. De aannemer en bouwbegeleider zijn daarvoor hoofdelijk aansprakelijk: de opdrachtgever kan het bedrag bij ieder van hen opeisen. In hun onderlinge verhouding moeten zij ieder de helft dragen. Daarnaast moet de aannemer €323.518 betalen voor ongedaanmaking en overige schade. De bouwbegeleider moet ook zijn ontvangen honorarium van €8.666,64 terugbetalen.
De bouwbegeleider kon zich niet beroepen op een aansprakelijkheidslimiet van €75.000 uit de DNR 2011. Omdat het om een consumentenovereenkomst ging, werd die beperking vermoed onredelijk bezwarend te zijn. De begeleider kon niet aantonen dat de limiet gerechtvaardigd was; bovendien was hij hoger verzekerd en kon hij regres nemen op de aannemer. De uitspraak werd op 14 september 2026 gepubliceerd.
Vandaag Inside: Johan Derksen stellig: 'New York-reis Rob Jetten is volkomen zinloos geweest!'