Fantoombezit

woensdag, 13 mei 2026 (11:15) - Nederlands Juristenblad

In dit artikel:

Op 4 mei, nog voor de Nationale Herdenking op de Dam, werd het Nationaal Monument beklad; premier Jetten noemde die daad verwerpelijk. Drie dagen later, op 7 mei, werd een vuurwerkbom door de brievenbus van het D66-partijkantoor gegooid terwijl rond dertig Jonge Democraten binnen waren; zij konden via een achterdeur veilig het pand verlaten, wat herinneringen opriep aan een eerder incident in september. In de nasleep probeerde een ingezonden brief in De Telegraaf de aanslag deels te verklaren vanuit diepe onvrede over kabinet-Jetten, maar reageerders en politici veroordeelden het geweld.

In Loosdrecht woedde al wekenlang onrust rond de komst van een noodopvang voor asielzoekers in een leegstaand gemeentehuis: betogers bekogelden agenten met stenen en zwaar vuurwerk, de mobiele eenheid moest ingrijpen en een man uit Ermelo kreeg een korte gevangenisstraf nadat hij ruiten had ingegooid en kinderen had aangemoedigd hetzelfde te doen. Onderzoek van Stichting Justice for Prosperity wijst uit dat extreemrechtse netwerken zoals Identitair Verzet opnieuw actief zijn en opduiken bij zulke protesten. Ook politici als Gidi Markuszower en Mona Keijzer bezochten de acties; Lidewij de Vos was aanwezig bij een demonstratie waarbij ruiten werden vernield, maar bestempelde die later in de media als ‘vreedzaam’.

De auteur plaatst deze recente incidenten in een bredere gedachtegang over een “nieuw fascisme”, naar aanleiding van het boek van de Duitse filosofe Eva von Redecker (Dieser Drang nach Härte, 2026). Zij introduceert het begrip ‘liquidierende Phantombesitzverteidigung’ — de vernietigende verdediging van een gefingeerd eigendomsrecht — waarmee zij wil aangeven dat veel agressie voortkomt uit het gevoel dat men een vermeend bezit (cultuur, identiteit, territorium) bedreigd ziet. Die perceptie kan geweld legitimeren, zelfs tegen het geclaimde object zelf. Voorbeelden zijn de extreme reacties tegen klimaatactivisten of de angsten rond seksuele veiligheid die migranten of transpersonen ten onrechte worden toegeschreven. Ook de steun van voormalig minister Gouke Moes aan een zaak over bescherming van de ‘inheemse bevolking’ wordt in dit licht geplaatst.

Bij een protest in Loosdrecht kreeg die dynamiek theatrale vorm: een rouwstoet met een kist waarop ‘Democratie’ stond symboliseerde dat de vermeende ‘asieldwang van het kartel’ de democratie zou hebben uitgeschakeld. De analyse luidt dat het exclusieve aanspraak maken op democratie, cultuur of eigendom en het gebruik van geweld om die aanspraken te verdedigen, uiteindelijk hetzelfde geweld voortbrengt dat men beweert te bestrijden.